In veel verblijven ligt hooi als een plukje naast de bak brokken. Dat is omgekeerd: hooi is het hoofdvoer van een konijn of cavia, de rest is bijvoeding. Hieronder lees je hoeveel hooi je dier nodig heeft, welke soorten er zijn, hoe je kwaliteit herkent en wat je doet als je dier zijn hooi laat staan.
Waarom hooi het hoofdvoer is
Konijnen en cavia’s hebben tanden die hun hele leven doorgroeien, ook de kiezen achterin. De slijtage moet die groei bijhouden, en dat gebeurt door lang en zijwaarts kauwen op ruwe vezels. Hooi dwingt tot dat kauwwerk: een dier is er uren per dag mee bezig. Brokken en groenvoer zijn in een paar minuten weg en slijten de kiezen veel minder.
Groeien de kiezen door, dan ontstaan scherpe punten die wondjes geven in de wang of op de tong. Het dier gaat dan minder eten, kwijlt of spuugt propjes hooi uit. Laat het gebit nakijken door een dierenarts.
Het tweede argument zit in de darmen. Konijnen en cavia’s hebben een lang darmstelsel waarin bacteriën vezels afbreken, en die vezels houden de darmbeweging op gang. Valt de vezelaanvoer weg, dan vertraagt de darm, hoopt gas op en kan de darm stilvallen. Dat heet darmstilstand en is een spoedgeval.
Hoeveel hooi je dier per dag nodig heeft
Hooi bied je onbeperkt aan: er hoort altijd schoon, droog hooi in het verblijf te liggen, ook ’s nachts. Een handige richtlijn is dat een dier per dag ongeveer een hoeveelheid hooi eet ter grootte van zijn eigen lichaam. In gewicht is dat vaak 50 tot 100 gram per dier per dag, dus voor een koppel cavia’s ongeveer 2 tot 4 kilo per maand.
De verhoudingen in het menu zien er ongeveer zo uit:
- Hooi en, in het seizoen, gras: het grootste deel, in de orde van 80 procent
- Verse groenvoer zoals andijvie, paprika en kruiden: dagelijks een portie, ongeveer een tiende
- Brokken: een aanvulling, meestal een tot twee eetlepels per dier per dag
- Fruit, granen en snoepjes uit de winkel: hoogstens af en toe een klein stukje
Cavia’s maken zelf geen vitamine C aan en halen die uit groenvoer en uit korrels die daarvoor gemaakt zijn. Hooi levert die vitamine niet, dus laat bij cavia’s de dagelijkse groente niet weg. Eet je dier wel de brokken en laat het het hooi liggen, dan geef je te veel brok.
De soorten hooi op een rij
Hooi is gedroogd gras, maar grassoort en oogstmoment bepalen hoe grof en voedzaam het is.
Timotheehooi bestaat vooral uit timothee, een grof gras met dikke stengels. Het is vezelrijk en laag in calcium en eiwit, en daarmee een logische basis voor volwassen, gezonde dieren.
Weidehooi of graanhooi is gemengd hooi van een weiland en is wat je in de meeste winkels en balen vindt. De kwaliteit wisselt per oogst, dus let hier extra op geur, kleur en stof. Goed weidehooi kan prima de basis vormen.
Luzerne, ook alfalfa genoemd, is geen gras maar een vlinderbloemige plant uit de klaverfamilie. Het bevat veel meer eiwit en calcium dan grashooi. Dat past bij dieren die bouwstoffen nodig hebben: jonge dieren tot ongeveer een half jaar, drachtige en zogende vrouwtjes, en dieren die herstellen van ziekte of ondergewicht. Voor een volwassen, gezond dier is luzerne als hoofdvoer niet passend: het calciumoverschot gaat via de urine naar buiten en verhoogt de kans op blaasgruis en blaasstenen, en het extra eiwit werkt overgewicht in de hand.
Bergweidehooi en kruidenhooi komen van hoger gelegen weiden of hebben kruiden erin, zoals paardenbloem en brandnetel. Ze ruiken sterker en veel dieren vinden ze aantrekkelijk, maar ze kosten meer per kilo. Gebruik ze als aanvulling of om een matige eter over de streep te trekken.
| Soort hooi | Voor wie geschikt | Vezels | Calcium | Prijsklasse |
| Timotheehooi | Volwassen, gezonde dieren | Hoog | Laag | Midden tot hoog |
| Weidehooi of graanhooi | Volwassen dieren, dagelijkse basis | Midden tot hoog | Laag tot midden | Laag |
| Luzerne of alfalfa | Jong, drachtig, zogend of herstellend | Midden | Hoog | Midden |
| Bergweidehooi | Volwassen dieren, als afwisseling | Hoog | Laag tot midden | Midden tot hoog |
| Kruidenhooi | Aanvulling bij een matige eter | Midden | Wisselend | Hoog |
Waar je op let bij de kwaliteit
Loop dit rijtje af voordat je een zak of baal in het verblijf legt.
- Geur: goed hooi ruikt zoetig en grasachtig. Muf, zurig of scherp naar ammoniak betekent afkeuren.
- Kleur: groen tot groengeel is normaal. Grijs, donkerbruin of witte plekken duiden op vocht of schimmel. Volledig strogeel hooi is vaak laat geoogst en armer aan voedingsstoffen.
- Vocht: hooi moet kurkdroog zijn. Voelt het klam, dan gaat het in de afvalbak.
- Stof: schud een handvol losjes op boven een donkere ondergrond. Zie je een wolk fijn stof, gebruik het dan niet. Stof en schimmelsporen prikkelen de nauwe luchtwegen van konijnen en cavia’s. Je ziet dan niezen, uitvloeiing uit de neus of een piepende ademhaling. Bij zulke klachten ga je naar de dierenarts, want een luchtweginfectie verergert snel.
- Structuur: je wilt lange, herkenbare stengels. Hooi dat al vergruisd is tot kort snijsel geeft minder kauwwerk en dus minder tandslijtage.
- Broei en schimmel: hooi dat te vochtig is gebaald, warmt vanbinnen op. Dat heet broei. Zo’n baal voelt in de kern warm aan, ruikt bijtend en klit samen in koeken. Schimmel zit soms diep in de baal, dus keur elke laag opnieuw.
Verpakt hooi of een baal bij de boer
Verpakt hooi uit de dierenwinkel is praktisch: zakken van 1 tot 5 kilo met een houdbaarheidsdatum, voor grofweg 2 tot 5 euro per kilo. Een baal bij een boer, een hooihandel of een ruitersportzaak kost veel minder: ongeveer 0,50 tot 1,50 euro per kilo bij balen van 15 tot 20 kilo. Vraag naar het oogstjaar. Hooi dat voor paarden goed genoeg is, is meestal ook geschikt voor konijnen en cavia’s.
Die prijs win je alleen als de opslag op orde is. Een baal heeft nodig:
- Een droge, koele, donkere ruimte met wat luchtbeweging, dus geen dichte plastic zak en geen vochtige kelder
- Een pallet of een paar planken eronder, tegen optrekkend vocht
- Bescherming tegen muizen en ratten, die het hooi bevuilen
Twijfel je daarover, koop dan liever een grote zak: beschimmeld hooi is duurder dan duur hooi. Een grove grassoort is een veilige eerste keuze, bijvoorbeeld [bol.com: timotheehooi 7.5 kg].
Hoe je hooi aanbiedt in het verblijf
Waar het hooi ligt, bepaalt hoeveel er wordt gegeten. Combineer deze drie manieren.
Een ruif of hooirek houdt het hooi droog en schoon en er wordt minder vertrapt. Let bij metalen ruiven op de afstand tussen de spijlen en op scherpe uiteinden: een dier dat zijn kop erdoor duwt, kan zich verwonden of vast komen te zitten. Hang de ruif laag: deze dieren eten van nature met de kop bij de bodem. Een houten model met ruime openingen werkt vaak rustiger, zoals [bol.com: houten hooiruif voor konijn en cavia].
Een bak of platte mand past bij het natuurlijke eetgedrag. Nadeel: er wordt in geplast, dus verschoon hem dagelijks.
Verstopt hooi levert het meeste gedrag op: prop hooi in een lege kartonnen rol, tussen wilgentakken of onder een verhoging, zodat je dier moet zoeken en trekken.
Bied hooi altijd op meerdere plekken aan, minstens twee tot drie in een gemiddeld verblijf. Dat zet je dier aan tot lopen en zoeken, wat helpt tegen verveling en overgewicht, en het voorkomt dat één dier in een koppel de enige hooiplek bezet houdt. Leg een portie bij de toiletplek, want veel konijnen eten terwijl ze op de bak zitten.
Wat je doet als je dier zijn hooi niet eet
Een dier dat plotseling geen hooi meer eet, geeft een serieus signaal. Veelvoorkomende oorzaken zijn pijn in het gebit, buikpijn door gasvorming of een vertraagde darm, stress door een verhuizing, en te veel brok of groenvoer in de bak.
Loop eerst dit na:
- De keutels: minder, kleiner, harder of helemaal geen keutels is het belangrijkste alarmsignaal
- De kin en de vacht: kwijlen, een natte kin of uitgespuugde propjes wijzen op gebitspijn
- De buik: gespannen of hard, met een dier dat krom zit, tandenknarst of in een hoek wegkruipt
- Het hooi zelf: ruikt de nieuwe zak anders of is hij stoffig, dan kan het daaraan liggen
Ligt het aan het hooi, meng dan een week oud en nieuw door elkaar. Een pluk kruidenhooi of vers gras kan de eetlust prikkelen.
Houd deze grens aan: eet je konijn of cavia twaalf uur lang niets, of komen er geen keutels meer, dan bel je diezelfde dag de dierenarts. Deze dieren kunnen niet zonder voedsel. Valt de darm stil, dan kan een konijn of cavia binnen een dag in levensgevaar zijn. Wacht niet tot de volgende ochtend en laat je dier nooit even vasten.

