Ratten hebben de reputatie slim en aanhalig te zijn, en dat klopt bij veel dieren ook. Waar mensen op vastlopen is iets anders: ratten worden maar kort oud, ze mogen niet alleen wonen en hun luchtwegen zijn kwetsbaar. Dit artikel zet op een rij wat ratten houden concreet van je vraagt, van kooimaat tot dierenartskosten, zodat je vooraf kunt beslissen of het past.
Wat voor huisdier een rat is en voor wie hij past
Een tamme rat is een actief, nieuwsgierig dier dat contact zoekt met de mensen om hem heen. Volgens de huisdierenbijsluiter van het LICG is een rat 21 tot 29 centimeter lang, met een staart van 15 tot 23 centimeter erbij. Mannetjes wegen 350 tot 600 gram, vrouwtjes 250 tot 400 gram. Ze zijn vooral in de avond en de nacht actief, dus overdag tref je ze vaak slapend aan.
Het eerste punt om onder ogen te zien is de levensduur. Het LICG schrijft dat ratten meestal ongeveer twee jaar oud worden en dat vrouwtjes gemiddeld iets langer leven dan mannetjes; de Dierenbescherming komt op hetzelfde uit. Je neemt dus vrijwel zeker binnen een paar jaar afscheid, en bij een groep meerdere keren kort achter elkaar. Wie een huisdier zoekt om tien jaar mee op te trekken, zit bij ratten verkeerd.
Ratten passen bij mensen die dagelijks tijd hebben, ’s avonds thuis zijn en het niet erg vinden vaak een kooi schoon te maken. Ze passen minder goed als huisdier dat een kind zelf verzorgt: het tam houden en het opmerken van ziekte vragen een volwassene die het overziet.
Gezelschap: één rat is geen optie
Ratten zijn groepsdieren. Het LICG is daar kort over: huisvest ratten altijd met soortgenoten, want het zijn dieren die onderlinge interactie nodig hebben. Op dezelfde pagina staat dat je een rat met ten minste één, maar liefst enkele soortgenoten houdt, omdat het dier anders last krijgt van stress en afwijkend gedrag kan ontwikkelen. De Dierenbescherming schrijft dat ratten het liefst met meerdere maatjes leven.
In de praktijk houd je dus minimaal twee ratten, en drie of vier is een rustiger groep omdat er dan iemand overblijft als er één wegvalt. Gangbaar zijn groepen van alleen mannetjes of alleen vrouwtjes. Dierenkliniek ’t Leijdal noemt daarnaast gemengde groepen met gecastreerde dieren als mogelijkheid. Zet ongecastreerde mannetjes en vrouwtjes niet bij elkaar: de Dierenbescherming waarschuwt dat de kans dan groot is dat er snel jongen komen.
Dieren die samen zijn opgegroeid, gaan meestal het makkelijkst samen. Onbekende volwassen ratten bij elkaar zetten kan wel, maar stap voor stap. Door de korte levensduur krijg je hier vaker mee te maken dan je nu denkt.
Huisvesting: maten, inrichting en de plek in huis
Het LICG houdt voor twee ratten een kooi aan van ten minste 100 bij 50 bij 70 centimeter (lengte bij breedte bij hoogte), en rekent voor elke rat daarboven ongeveer 20 procent extra grondoppervlak. De bronnen lopen hier iets uiteen: de Dierenbescherming noemt minimaal 80 bij 50 bij 80 centimeter voor twee ratten, Dierenkliniek Zamenhofdreef 80 bij 40 bij 70 centimeter. Alle drie zijn ondergrenzen, geen streefwaarden. Houd daarom de ruimste maat aan: 100 bij 50 bij 70 centimeter is het minimum waar je op mikt, meer is beter.
Hoogte is bij ratten geen luxe, want ze klimmen graag. Vul de kooi met etages, hangmatten, buizen, touwen en meerdere schuilplaatsen, en wissel het speelgoed regelmatig. Als bodembedekking raadt het LICG papier, fijne beukensnippers of materiaal op basis van schoon karton, maïs of hennep aan. Zaagsel is volgens dezelfde pagina ongeschikt.
De plek in huis doet meer dan je zou denken. Het LICG adviseert de kooi niet op de tocht te zetten om ademhalingsziekten te voorkomen, en hem op kamertemperatuur te houden. Dierenkliniek ’t Leijdal adviseert huisvesting die stof- en tochtvrij is. Een kooi met een lage onderbak en tralies daarboven helpt volgens de Dierenbescherming tegen urinelucht, omdat die dan kan ontsnappen.
Dat brengt het tweede punt dat mensen onderschatten: de geur. Een groep mannetjes ruikt sterker dan een groep vrouwtjes, en die lucht komt van de urine waarmee ze markeren. Je krijgt hem niet weg met een luchtverfrisser, alleen met schoonmaken en ventilatie. Het LICG adviseert bedervende voedselresten dagelijks weg te halen, het drinkwater elke dag te verversen en de kooi regelmatig helemaal schoon te maken. Reken op een grote schoonmaak elke week tot anderhalve week.
Voeding
Geef als basis speciaal rattenvoer, dat volgens het LICG de juiste voedingsstoffen bevat. Daarnaast mogen groente en fruit, en kleine hoeveelheden hardgekookt ei of granen. Het LICG noemt sla en dichte koolsoorten niet geschikt, maar boerenkool en bloemkool wel. Gekruid, vet, gezoet of gezouten voedsel en melkproducten geef je niet.
Let op de portiegrootte van de extraatjes. Ratten worden volgens het LICG gemakkelijk dik, dus houd fruit en lekkers beperkt en gebruik het liever als beloning tijdens het tam maken dan als vast onderdeel van het menu. Vers drinkwater elke dag is het minimum; een drinkfles naast een bakje voorkomt dat het water direct vervuilt.
Tijd en omgang: tam maken en dagelijks contact
Reken dagelijks op tien tot twintig minuten voor voer, water en een snelle controle, plus tijd waarin de ratten uit de kooi mogen. Hoeveel tijd buiten de kooi nodig is, noemen de Nederlandse voorlichtingssites niet in uren. Het LICG schrijft wel dat ratten nieuwsgierig zijn en de omgeving buiten de kooi graag verkennen. Een praktische ondergrens is een halfuur per dag, en meer is beter zolang je erbij blijft. Toezicht is geen formaliteit: ratten knagen aan alles, dus haal snoeren weg en sluit kieren en gaten af.
Tam maken gaat in kleine stappen. Laat een nieuwe groep eerst een paar dagen wennen, praat rustig bij de kooi en houd je hand stil binnen de tralies zonder te grijpen. Geef daarna voer uit de hand, en til pas op als de ratten zelf naar je toe komen. Het LICG schrijft dat ratten het vaak leuk vinden om opgepakt te worden als ze daaraan gewend zijn, en dat tamme ratten spontaan op de hand van hun verzorger kruipen. Pak een slapende rat niet uit zijn nest en houd de sessies kort maar dagelijks. Een schuwe rat heeft soms weken nodig.
Gezondheid: waar je op let en wanneer je belt
Het LICG noemt als meest voorkomende aandoeningen bij ratten de ademhalingsziekten, gezwellen van de melkklieren en huidproblemen door parasieten zoals mijten, teken, luizen en vlooien.
Die luchtwegen verdienen aandacht, want hier worden veel rattenhouders verrast. Dierenkliniek ’t Leijdal schrijft dat veel ratten drager zijn van Mycoplasma, een bacterie die de luchtwegen gevoelig maakt, en dat klachten vaak in stressperiodes opduiken. Dierenziekenhuis Eindhoven schrijft dat de besmetting ondanks antibiotica niet verdwijnt, maar alleen wordt onderdrukt. Stof, ammoniaklucht uit oude bodembedekking en tocht zijn dus geen kleine ergernissen maar risicofactoren, en een rat met luchtwegklachten houdt vaak levenslang een gevoelig punt.
Het tweede grote thema zijn de tumoren. Dierenkliniek Tiel-Drumpt schrijft dat de melkkliertumor de meest voorkomende tumor bij de rat is, dat de meeste goedaardig zijn en dat het in ongeveer 10 procent om een kwaadaardige vorm gaat. Dezelfde pagina meldt dat een goedaardige tumor operatief te verwijderen is, dat het risico op nieuwe tumoren elders aanzienlijk blijft, en dat de kans kleiner is bij een gesteriliseerde rat. Dierenkliniek ’t Leijdal beschrijft melkkliertumoren bij vrouwtjes als bijna altijd goedaardig en makkelijk te verwijderen, dus de bronnen leggen de nadruk iets anders. Wat ze delen: laat een bult nakijken en wacht niet tot hij groot is.
Bel dezelfde dag een dierenarts bij deze signalen:
- benauwde, piepende of hoorbare ademhaling, of ademen met open mond
- niet eten of duidelijk minder eten dan normaal
- in elkaar gedoken zitten, niet reageren op de groep of op jou
- snel gewichtsverlies of duidelijk magerder worden
- een bult die snel groter wordt, openbarst of gaat bloeden
- een scheve kop, wankel lopen of vallen
- rood vocht rond ogen of neus dat niet binnen een dag weggaat
Zoek de dierenarts uit voordat je ratten hebt, niet als er iets is. Niet elke praktijk werkt veel met kleine zoogdieren, en verdoving en tumoroperaties bij een dier van 400 gram vragen ervaring. Dierenkliniek ’t Leijdal schrijft dat ratten geen vaccinaties nodig hebben, maar adviseert jaarlijkse of halfjaarlijkse controle en een bezoek bij ziekteverschijnselen, gedragsverandering of gewichtsverlies. Het LICG noemt daarnaast het Seoulvirus als ziekte die van rat naar mens kan overgaan via urine en keutels, dus handen wassen na het schoonmaken is geen overdreven gewoonte.
Wat het kost
Het LICG noemt een gemiddelde aanschafprijs van ongeveer zeven tot vijftien euro per rat, en dat is het kleinste bedrag in het rijtje. De kooi is de echte eenmalige uitgave, de dierenarts de post die je niet kunt plannen. De bedragen hieronder zijn indicaties op basis van gangbare prijzen, geen bronbedragen.
| Post | Soort kosten | Indicatie |
| Twee of drie ratten | eenmalig | 15 tot 45 euro |
| Kooi vanaf de minimummaat | eenmalig | 100 tot 300 euro |
| Inrichting, hangmatten, buizen, drinkfles | eenmalig | 40 tot 100 euro |
| Voer | per maand | 8 tot 15 euro |
| Bodembedekking | per maand | 8 tot 20 euro |
| Groente en fruit | per maand | 5 tot 10 euro |
| Reservering dierenarts | per maand | 10 tot 20 euro |
Die laatste regel is de belangrijkste. Een consult kost al snel enkele tientjes, en het verwijderen van een melkkliertumor onder verdoving loopt in de honderden euro’s. Bij drie ratten die twee jaar oud worden, maak je dat mogelijk meer dan eens mee. Een rat is goedkoop, ratten houden is dat niet.

