Konijnen buiten houden kan goed, maar het stelt eisen aan het hok, aan de ruimte en aan je dagelijkse rondje. De meeste mensen maken zich zorgen over de vorst, terwijl de zomer voor een konijn het gevaarlijkere seizoen is. Deze gids zet op een rij wat er per seizoen nodig is, welke ruimte een koppel vraagt en waar het in de praktijk misgaat.
Kan het: konijnen het hele jaar buiten?
Ja, onder voorwaarden. Het LICG schrijft dat volwassen konijnen prima het hele jaar door buiten gehouden kunnen worden. De voorwaarde is dat het dier eraan gewend is. Een konijn dat buiten leeft, bouwt in de loop van het najaar een wintervacht op, en daarvoor moet het al vanaf de zomer buiten wonen. De Dierenbescherming adviseert hetzelfde: zet ze in de zomer al buiten, dan ontwikkelen ze gaandeweg een wintervacht.
Wisselen tussen binnen en buiten is precies het probleem. Konijnen kunnen slecht tegen temperatuurwisselingen, en het LICG raadt af om een buitenkonijn in de winter steeds naar binnen te halen of een binnenkonijn bij lage temperaturen naar buiten te zetten. Het is dus een keuze die je één keer maakt en daarna aanhoudt. Wil je in november van binnen naar buiten overstappen, dan wacht je tot het voorjaar of de zomer.
Nog een voorwaarde die niets met temperatuur te maken heeft: houd tenminste twee konijnen. Het LICG noemt konijnen gezelschapsdieren en wijst erop dat twee dieren elkaar bovendien warm houden. Een konijn dat alleen in een buitenhok zit, mist zowel het gezelschap als die warmte.
Het hok en de ren
Een buitenverblijf bestaat uit twee delen: een dicht nachthok waar het konijn slaapt en beschutting zoekt, en een ren waarin het de rest van de dag beweegt. Het hok is de slaapplek, niet de woonruimte.
Het LICG geeft per gewichtsklasse minimale maten, uitgaande van een koppel dat meerdere uren per dag in de ren kan.
| Konijn | Nachthok (minimaal) | Ren (minimaal) |
| Dwerg, tot 1,7 kg | 160 x 60 x 50 cm | 4 m2 |
| Klein, 1,7 tot 3 kg | 220 x 80 x 60 cm | 5 m2 |
| Middelgroot, 3 tot 5 kg | 250 x 90 x 70 cm | 6 m2 |
| Groot, vanaf 5 kg | 300 x 100 x 80 cm | 7 m2 |
Hebben de konijnen dag en nacht toegang tot de ren, dan houdt het LICG een totale ruimte van 5 tot 10 vierkante meter aan, afhankelijk van de grootte van de dieren.
Hier spreken de bronnen elkaar tegen. De Dierenbescherming noemt 4 of 5 vierkante meter een ideale ren voor gemiddelde konijnen, maar zegt ook dat minimaal 2 vierkante meter een goede afmeting is voor twee gemiddelde konijnen. Dat minimum ligt onder wat het LICG aanhoudt, dus ga uit van het ruimere getal.
Let bij de ren ook op de bodem. De Dierenbescherming adviseert het gaas minstens 50 centimeter de grond in te graven. Konijnen graven zelf, en er zijn dieren die van buiten naar binnen willen.
Winter: vorstvrij, droog en uit de wind
Kou is voor een gewend konijn met een wintervacht meestal geen probleem. Vocht en wind zijn dat wel. Vier dingen doen het werk.
Het hok moet water- en winddicht zijn. Een nat konijn met een wintervacht die doorweekt raakt, verliest zijn isolatie. Controleer het dak en de naden voordat het herfstweer begint.
Zet het hok niet direct op de grond. Het LICG adviseert het hok op pootjes te zetten, zodat kou en vocht niet vanuit de bodem optrekken.
Houd de wind uit de slaapruimte. Plaats het hok zo dat er geen koude noordenwind in kan blazen. Bij streng weer kun je het open deel van het hok afschermen, bijvoorbeeld met plexiglas of een deken. Zorg er wel voor dat er nog lucht langs kan.
Gebruik stro als isolatie. Het LICG noemt een dikke laag hooi of stro in het nachthok, zodat het konijn zich warm kan ingraven. De Dierenbescherming adviseert in de winter extra stro. Stro isoleert beter dan hooi omdat het holler is; hooi is vooral voer. Voer in de winter ook hooi of stro bij als er te weinig gras van goede kwaliteit is.
Dan het drinkwater, in de praktijk het onderdeel dat mensen vergeten. Het LICG adviseert het drinkwater in de winter tenminste twee keer per dag te controleren en te vervangen zodat het niet bevriest. Bij een drinkflesje vriest het tuitje snel vast, waardoor het flesje er vol uitziet terwijl het konijn er niets uit krijgt. Een waterbak in het binnenhok bevriest volgens het LICG minder snel. Controleer dus niet alleen of er water in zit, maar ook of het eruit komt.
Zomer: hitte is het grotere risico
Konijnen kunnen slecht tegen warmte. Ze zijn van nature gewend om in een koel hol onder de grond te zitten, en het LICG schrijft dat ze het al vanaf een graad of 24 moeilijk krijgen. Dat is een lagere grens dan de meeste mensen verwachten, en het is de reden dat een zomerse dag meer aandacht vraagt dan een nacht met vorst.
Wat je regelt voordat het warm wordt:
- Zet het hok niet in de zon, en zorg dat de konijnen in de ren schaduw kunnen opzoeken. Het LICG noemt een parasol of een schaduwdoek.
- Leg bij warm weer een nat wit laken over het buitenhok om het te koelen.
- Maak koelelementen door plastic flessen voor twee derde met water te vullen en in de vriezer te leggen. Een stoeptegel uit de vriezer of koelkast werkt ook; het konijn gaat er zelf op liggen als het dat wil.
- Ververs het drinkwater bij warm weer tenminste twee keer per dag.
Laat het konijn altijd zelf kiezen tussen een koelere en een warmere plek. Een koelelement waar het dier niet vandaan kan, werkt tegen je.
Leer ook de signalen herkennen. Het LICG beschrijft dat konijnen bij warmte vaak languit liggen te hijgen, dat de oren erg warm zijn en de ogen een beetje dicht. Gaat het dier kwijlen of door de mond ademen, dan is het echt te warm en is dat een geval voor de dierenarts, dezelfde dag. Maak het konijn onderweg nat bij kop, oren, hals en poten, adviseert de Dierenbescherming, en gebruik geen ijskoud water: daardoor trekken de bloedvaten samen en raakt het dier zijn warmte juist moeilijker kwijt.
Gezondheid en vaccinatie
Buiten wonen verandert twee gezondheidsonderwerpen: de vaccinaties en de vliegen.
RHD en myxomatose. Het LICG noemt myxomatose en RHD vrijwel altijd dodelijk, en meldt dat een combinatievaccin tegen beide een jaar werkzaam is. De Dierenbescherming adviseert jaarlijks enten. Dierenkliniek Zamenhofdreef beschrijft dezelfde lijn: konijnen zijn na vaccinatie ongeveer twaalf maanden beschermd, en jaarlijks enten is aan te raden. Die kliniek noemt ook waarom buiten wonen meeweegt: myxomatose gaat vooral via stekende insecten zoals vlooien, muggen en vliegen. Een buitenkonijn komt die dagelijks tegen. Overleg met je eigen dierenarts welk schema hij aanhoudt, want er zijn verschillende varianten van RHD in omloop.
Myiasis, ook madenziekte genoemd. Dit is in de zomer het risico dat mensen het vaakst onderschatten. Volgens het LICG wordt madenziekte veroorzaakt door de maden van groene of blauwgroene vleesvliegen, die hun eitjes in de vacht leggen; de maden eten zich daarna een weg door de huid. Het risico is hoger bij een konijn met vuil in de vacht, bij zachte ontlasting of diarree, bij overgewicht waardoor het dier zijn blindedarmkeutels niet kan opeten, bij een lange vacht, bij oudere dieren en bij konijnen die buiten wonen. Het LICG adviseert liefst dagelijks te controleren of je konijn schoon is en geen ontlasting in de vacht heeft hangen. Zie je maden, dan is dat een spoedgeval: bel direct de dierenarts. Ga zelf niet zitten plukken en wacht niet tot de volgende dag.
Een vieze achterkant is dus geen schoonmaakklusje. Het is een signaal dat er iets met de spijsvertering of het gewicht speelt, en tegelijk de aanleiding voor een aandoening die snel gaat.
Dagelijkse controle
Een buitenkonijn zie je minder vaak dan een konijn in de woonkamer, waardoor een probleem later opvalt. Juist bij konijnen kost dat tijd die je niet hebt. Loop daarom elke dag hetzelfde rondje.
- Eet het konijn en is het hooi minder geworden
- Zijn er keutels, en hoe zien ze eruit. Het LICG noemt kleine, harde keutels een teken van een naderende verstopping of te weinig eten, en te zachte, natte keutels een teken van darmklachten
- Is de achterkant schoon en droog, in de zomer elke dag
- Werkt het drinkwater echt, in de winter twee keer per dag
- Is het nachthok droog
Ververs het drinkwater dagelijks en verschoon de toilethoek; de Dierenbescherming adviseert het hok wekelijks helemaal schoon te maken. Eet je konijn niet, dan ga je dezelfde dag nog naar de dierenarts. Het LICG is daar duidelijk over: te lang wachten kan dodelijk zijn, en bijvoeding is dan vrijwel altijd nodig. Een konijn dat niet eet of geen keutels produceert, kan binnen een dag in levensgevaar zijn.
De valkuilen
Dit zijn de dingen die in de praktijk verkeerd gaan bij konijnen buiten.
- Heen en weer verhuizen. Een buitenkonijn dat bij vorst een paar nachten binnen slaapt, krijgt precies de temperatuurwisselingen waar konijnen slecht tegen kunnen.
- De hitte onderschatten. Vanaf ongeveer 24 graden krijgt een konijn het al moeilijk. Schaduw regelen op de dag zelf is te laat, want dan staat het hok al warm.
- Het hok als woonruimte zien. De maten hierboven gelden voor het nachthok plus een ren. Een hok zonder ren is geen buitenverblijf.
- Het drinkwater in de winter. Een vastgevroren tuitje ziet eruit als een vol flesje.
- Eén konijn. Het gaat niet alleen om gezelschap; twee konijnen houden elkaar in de winter ook warm.
- De vaccinaties uitstellen. Bij een buitenkonijn zijn de insecten die myxomatose overbrengen dagelijks aanwezig.
- De achterkant niet controleren. In de zomer is dat het verschil tussen een schoonmaakbeurt en een spoedgeval.

