Een cavia die alleen woont, valt niet op als een probleem: hij eet, hij piept en hij laat zich aaien. Toch is gezelschap van een andere cavia geen extraatje maar een basisbehoefte. Hieronder lees je hoe cavia’s van nature samenleven, welke signalen bij een eenling horen, welke combinaties werken en hoe je twee cavia’s aan elkaar went. Over huisvesting en voeding vind je elders op dit blog een bredere gids.
Cavia’s zijn groepsdieren, ook in huis
De voorouders van onze huiscavia leven in Zuid-Amerika in graslanden en op berghellingen, in kleine groepen: vaak één mannetje met een aantal vrouwtjes en hun jongen, op een terrein met vaste looppaadjes en schuilplekken. Die leefwijze zit er na duizenden jaren als huisdier nog steeds in.
Het gedrag dat bij die groep hoort, zie je terug zodra er meer dan één cavia woont:
- Samen eten: cavia’s eten graag naast elkaar uit dezelfde hooiberg. Terwijl de een kauwt, houdt de ander de omgeving in de gaten.
- Samen rusten: ze liggen tegen elkaar aan of vlak bij elkaar, ook als er ruimte is om apart te liggen.
- Contactgeluiden: cavia’s houden vrijwel continu contact met zachte geluidjes: een borrelend murmelen bij het lopen, een kort kwetteren, en het luide roepen bij groenvoer. Een deel daarvan is gericht op een andere cavia en heeft in een leeg verblijf geen doel.
- Waakzaamheid verdelen: cavia’s zijn prooidieren. In een groep hoeft niet iedereen tegelijk te waken, waardoor er echt gerust wordt. Een eenling blijft vaker alert.
Een mens vangt daar maar een deel van op. Jij bent er een paar uur per dag, een soortgenoot is er dag en nacht en spreekt dezelfde taal.
Signalen bij een cavia die alleen woont
Wat je ziet, verschilt per dier. Deze signalen komen het meest voor:
- Minder actief: veel in het huisje, nauwelijks huppelen of springen
- Schrikkerig en snel wegduikend bij geluid of beweging
- Meer piepen dan gebruikelijk, vaak lange roepgeluiden zonder duidelijke aanleiding
- Of juist opvallend stil, omdat er niemand is om tegen te praten
- Minder eten en langzaam gewicht verliezen
- Apathie: veel liggen, weinig belangstelling voor iets nieuws, minder vachtverzorging
Hier hoort een eerlijke nuance bij: je ziet dit niet altijd. Cavia’s zijn prooidieren en verbergen zwakte, want een dier dat in het wild laat zien dat het slecht gaat, wordt eerder gepakt. Een cavia die alleen woont, kan er jaren gewoon uitzien. Dat is geen bewijs dat het goed gaat, alleen dat je het niet kunt zien. Omgekeerd is een lusteloze cavia niet per definitie eenzaam: dezelfde signalen horen bij pijn, gebitsproblemen of een blaasontsteking.
Wat je wel kunt meten, is gewicht. Weeg je cavia een keer per week op een keukenweegschaal en schrijf het op. Zakt het gewicht in korte tijd meer dan ongeveer vijf procent, ga dan naar de dierenarts. Eet je cavia een halve dag niets of komen er geen keutels meer, dan bel je dezelfde dag: een stilgevallen darm is levensgevaarlijk.
Welke combinaties werken
Twee vrouwtjes is de meest gebruikte combinatie en meestal de eenvoudigste. Er is geen risico op nestjes en de rangorde wordt vaak binnen enkele dagen uitgemaakt met geluid.
Een gecastreerd mannetje met een of meer vrouwtjes werkt in de praktijk vaak rustig. Castratie kost grofweg 60 tot 150 euro, afhankelijk van de praktijk en of nacontrole en pijnstilling erbij zitten. Na de ingreep blijft een mannetje nog enkele weken vruchtbaar, dus houd hem vier tot zes weken gescheiden van vrouwtjes.
Twee mannetjes kan, maar vraagt meer. De kans is het grootst bij broers die samen zijn opgegroeid, of bij twee gecastreerde mannetjes. Rond de puberteit, ongeveer tussen de drie en vijf maanden, kan een vredig koppel alsnog gaan botsen. Voorwaarden die het verschil maken: ruim de dubbele minimumoppervlakte, van elk ding twee of meer (huisjes, voerbakken, drinkflessen, hooiplekken), huisjes met twee uitgangen, en geen vrouwtjes in ruikafstand. Blijft het onrustig, dan is scheiden geen falen.
Een ongecastreerd mannetje met een vrouwtje is geen woonvorm maar een fokopstelling. Vrouwtjes kunnen al vanaf ongeveer vier weken drachtig worden en een dracht is voor een cavia niet zonder risico. In een grotere groep houd je het bij één gecastreerd mannetje met vrouwtjes.
Waarom een konijn, een spiegel of een knuffel geen gezelschap is
De combinatie cavia en konijn wordt nog vaak aangeraden, maar er zijn vier bezwaren.
Ze spreken elkaars taal niet. Een konijn communiceert met houding, oorstand, stampen en snelle sprongen, een cavia met geluid en subtiele lichaamstaal. Signalen worden verkeerd begrepen, waardoor de cavia vaak de vluchtende partij is.
Hun voeding verschilt. Een cavia maakt zelf geen vitamine C aan en heeft die dagelijks nodig uit groenvoer of uit speciale korrels. Konijnenkorrels bevatten die vitamine nauwelijks, en in een gemengd verblijf eten beide dieren uit dezelfde bak.
Er is een reëel verwondingsrisico. Een trap van de krachtige achterpoten van een konijn, of een landing bovenop een cavia, kan blijvende schade geven aan rug of ribben, ook zonder agressie.
Bordetella. De bacterie Bordetella bronchiseptica komt bij konijnen voor zonder dat zij er duidelijk ziek van worden. Bij cavia’s kan diezelfde bacterie een ernstige luchtweginfectie en longontsteking veroorzaken.
Een spiegel of knuffel lost ook niets op. Groepsgedrag gaat om wederkerigheid: antwoorden op een geluid, plaats maken bij het hooi, samen liggen. Een spiegelbeeld doet niets terug en kan zelfs onrust geven. Een knuffel is een schuilplek, geen soortgenoot.
Twee cavia’s aan elkaar laten wennen
Kies neutraal terrein: een afgezet stuk vloer of een ren die geen van de twee als eigen gebied kent. Zet daar beide dieren tegelijk in, dus niet de nieuwe bij de oude. Maak intussen het vaste verblijf schoon, was de huisjes af en zet de inrichting op een andere plek, zodat het straks voor niemand als bezet gebied ruikt. Zorg voor ruim hooi op meerdere plekken, minstens twee schuilplekken met elk twee uitgangen, en genoeg vloeroppervlak om afstand te houden.
Normaal gedrag in de eerste uren en dagen:
- Brommen: een laag ratelend geluid, vaak met een wiegende beweging van het achterlijf
- Achtervolgen en rondjes lopen achter de ander aan
- De kin opheffen en de kop hoog houden, om zich groter te maken
- Bijspringen of opstappen, ook tussen twee vrouwtjes: dit gaat over rangorde, niet over dekken
- Tandenklapperen en de vacht wijd opzetten
Dat mag je laten gebeuren: de rangorde moet worden vastgesteld en daar hoort gedrang bij. De eerste uren zijn het drukst. Reken op een paar dagen tot twee of drie weken voordat het echt rustig is.
Ingrijpen doe je bij echt bijten, dus happen die vastpakken in plaats van dreigen, bij bloed of een wond hoe klein ook, bij vechten waarbij twee dieren als een rollende bal verstrikt zitten, en bij een dier dat urenlang in een hoek gedrukt blijft. Haal ze uit elkaar met een schep of een stuk karton, niet met je hand ertussen. Laat wonden dezelfde dag nakijken, want beetwondjes bij cavia’s gaan snel ontsteken.
Hoeveel ruimte een koppel nodig heeft
Bij samenleven heb je uitwijkruimte nodig. Richtlijnen verschillen, maar komen voor twee cavia’s meestal uit op minimaal ongeveer 1 tot 1,5 vierkante meter vloeroppervlak, bijvoorbeeld 120 bij 100 centimeter. Reken per extra cavia ongeveer 0,3 tot 0,5 vierkante meter erbij.
- Oppervlakte op één vlak weegt zwaarder dan hoogte. Cavia’s klimmen niet. Een lange baan om in te rennen is waardevoller dan een tweede verdieping.
- Van elke voorziening minstens twee, en bij drie of meer dieren nog een extra: huisjes, hooiplekken, voerbakken, drinkflessen. Zo kan een lager in rang staand dier altijd ergens eten.
Te weinig ruimte is een van de meest voorkomende oorzaken van ruzie in een koppel dat eerst goed samenging.
Als er één overlijdt en er één alleen achterblijft
Cavia’s worden gemiddeld vijf tot acht jaar oud, dus vroeg of laat blijft er één over. Laat die niet alleen wonen, ook niet als hij het lijkt te redden. Geef de achterblijver een paar dagen rust, houd zijn eten en keutels in de gaten en zoek daarna gezelschap. Bij een oudere cavia past vaak een rustig, wat jonger dier: jong genoeg om er nog jaren te zijn, niet zo wild dat de oudere geen rust krijgt.
Asielen en knaagdierenopvangcentra zijn hierbij nuttig. Ze hebben vaak cavia’s zitten die zelf ook alleen zijn overgebleven, kennen het karakter van hun dieren en helpen met koppelen. Sommige bieden een kennismaking op locatie aan of nemen een dier terug als het koppel niet werkt. Vraag naar geslacht, leeftijd, castratiestatus en gezondheid.
Groepsgedrag kan ook misgaan. Soms accepteren twee cavia’s elkaar niet, of ontstaat er na maanden alsnog blijvende ruzie. Dan heb je twee verblijven nodig, naast elkaar en met een open scheiding van tralies of gaas: de dieren kunnen elkaar dan zien, ruiken en horen zonder bij elkaar te komen. Dat is niet ideaal, maar wel beter dan een cavia die in stilte alleen zit.

