Een cavia hoort niet alleen te wonen, maar twee vreemde cavia’s zomaar bij elkaar zetten gaat zelden rustig. Ze moeten eerst uitzoeken wie de hoogste rang heeft, en dat ziet er drukker uit dan veel mensen verwachten. Je leest hier welke combinaties werken, hoe je de introductie opbouwt, en waar de grens ligt tussen normaal gekibbel en ingrijpen.
Wat heb je nodig
- Een neutrale plek waar geen van beide cavia’s eerder is geweest: een lege badkuip, een afgezet stuk gang of een ren op een kale vloer
- Ruim hooi, in een paar losse bergjes, plus verse groente en een beetje droogvoer
- Schoonmaakazijn of een ander niet-chemisch middel voor het verblijf
- Twee voerbakken en twee drinkflesjes voor het gezamenlijke verblijf
- Schuilhokjes, minstens een meer dan het aantal cavia’s, elk met twee openingen
- Een stoffer, een dunne plank of een handdoek om de dieren te kunnen scheiden zonder je handen tussen hen te houden
- Tijd: begin vroeg op de dag en reken op die hele dag toezicht. Het Knaaghof van de Dierenbescherming houdt aan dat sommige koppels er een dag over doen en andere ongeveer een week
Voordat je begint
Koppelen lukt alleen als de basis klopt. Zit een van deze punten niet goed, los dat dan eerst op. Een introductie in een te klein hok gaat vaker mis, en dat is niet de schuld van de cavia’s.
- Genoeg ruimte. De bronnen geven hier verschillende getallen. Het LICG houdt voor twee cavia’s tenminste 1,6 vierkante meter aan, bijvoorbeeld 2 meter bij 80 centimeter, en rekent per extra cavia 0,3 vierkante meter erbij. De Dierenbescherming noemt minimaal 140 bij 70 centimeter, en het informatieboekje van Het Knaaghof 120 bij 60 centimeter. Dat zijn ondergrenzen, geen streefmaten. Neem bij een koppeling het ruimste getal als richtlijn, want ontwijkruimte is precies wat een onderliggend dier nodig heeft.
- Twee van alles. Twee voerbakken, twee drinkflesjes en volgens het LICG een schuilplaats meer dan het aantal cavia’s. Eén voerbak betekent één plek om te verdedigen.
- Geen ongecastreerd mannetje bij een vrouwtje, tenzij je nestjes wilt. Het LICG schrijft dat bij een paartje tenminste een van beide dieren onvruchtbaar gemaakt moet zijn, meestal het mannetje. Let op: na de castratie moet hij nog zes tot acht weken van vrouwtjes gescheiden blijven, anders kan hij ze alsnog bevruchten.
- Een gezond dier. Komt de nieuwe cavia van elders, houd hem dan de eerste tijd in een eigen verblijf en let op eten, ontlasting, huid en ademhaling. Zie je kale plekken, schilfers, snot of moeizame ademhaling, ga dan eerst langs de dierenarts. Dierenkliniek Lunetten schrijft dat een cavia vaak binnen twee tot drie weken na aanschaf plekken krijgt door een schimmelinfectie. Een vaste quarantainetermijn noemen de Nederlandse voorlichtingsbronnen niet, dus zie dit als voorzorg en niet als norm.
Welke combinaties zijn gangbaar
| Combinatie | Waar je op let |
| Twee of meer vrouwtjes | Gaat vaak goed, vooral als ze samen zijn opgegroeid |
| Een gecastreerd mannetje met een of meer vrouwtjes | Veel gebruikte combinatie, mits de castratie zes tot acht weken achter de rug is |
| Twee mannetjes | Kan, maar het LICG adviseert dieren die van jongs af aan samen zijn en geen zicht op vrouwtjes hebben. Zonder ruimte en zonder rust gaat dit het snelst mis |
| Een cavia met een konijn | Doe dit niet. De Dierenbescherming schrijft dat ze elkaars taal niet begrijpen en dat een konijn een cavia met zijn achterpoten kan verwonden |
Het stappenplan
Stap 1: Kies de combinatie en regel de castratie op tijd
Bepaal eerst welke samenstelling je wilt, en pas daarna welk dier erbij komt. Wil je een gecastreerd mannetje bij een vrouwtje, plan de castratie dan ruim vooruit. Die zes tot acht weken wachttijd is geen formaliteit: wie ze overslaat heeft alsnog een nest.
Stap 2: Zet de verblijven een tijdje naast elkaar
Zet de twee verblijven in dezelfde ruimte, met een kleine opening ertussen zodat de dieren elkaar kunnen zien en ruiken maar niet kunnen bijten. Het Knaaghof houdt ongeveer zeven centimeter tussenruimte aan en wisselt de cavia’s elke drie dagen van hok, zodat ze aan elkaars geur gewend raken. Geef groente en droogvoer dicht bij de scheiding, zodat ze naast elkaar leren eten. Sla je deze fase over, dan begint het echte contact zonder voorbereiding.
Stap 3: Maak het gezamenlijke verblijf geurvrij
Maak het verblijf leeg en schoon het met schoonmaakazijn of een ander niet-chemisch middel. Geur is voor cavia’s belangrijk, en een hok dat naar één cavia ruikt is voor die cavia zijn territorium. Richt het daarna anders in: schuilhokjes op nieuwe plekken, verse bodembedekking, veel hooi. Zo komt straks niemand in een hok dat al van een ander is.
Stap 4: Breng ze samen op neutraal terrein
Zet beide cavia’s tegelijk op de neutrale plek, dus niet de een eerst en de ander erbij. Het Knaaghof noemt de badkamer, de badkuip of een afgezet stuk gang: plekken waar de cavia nog nooit is geweest. Haal verstopplekken weg waar een dier niet meer uit te halen is, en leg hooi in losse bergjes zodat eten geen gevecht wordt. Houd het stoffer of de plank binnen handbereik.
Stap 5: Laat ze de rangorde bepalen
Blijf erbij, maar grijp niet bij het eerste gemopper in. Dit gedrag hoort bij een normale introductie:
- Brommen en een laag, ritmisch geluid, vaak samen met veel gepiep
- Achter elkaar aan rennen
- De kop omhoog en de kinnen tegen elkaar, waarbij ze proberen hoger te komen dan de ander
- Bijspringen, ook tussen twee vrouwtjes en ook door een gecastreerd mannetje
- Wat bekvechten en dreigen
Het Knaaghof schrijft het duidelijk: haal de dieren niet te snel uit elkaar, ook al wordt er flink gekibbeld en achter elkaar aan gezeten. Eén signaal vraagt wel aandacht: klapperen met de tanden kan een voorteken zijn van aanvallen. Zet de cavia’s dan ongeveer twee meter uit elkaar tot de rust terug is, en probeer het daarna opnieuw.
Stap 6: Verhuis het koppel en blijf de eerste weken meekijken
Blijven de dieren rustig, eten ze naast elkaar en liggen ze zonder ruzie in de buurt van elkaar, dan kun je ze samen in het schoongemaakte verblijf zetten. Doe dat op een moment dat je nog een paar uur kunt kijken, en zet beide dieren er tegelijk in met alle voerbakken en schuilplaatsen al op hun plek. De rangorde staat daarna niet meteen vast. Controleer de eerste weken dagelijks of beide cavia’s eten, of ze geen kale plekken of korstjes hebben, en of het lichtste dier ook echt bij het hooi komt. Valt een van beide zichtbaar af, kijk dan hoe het voer verdeeld wordt en bel je dierenarts.
Als het niet lukt
Niet elke koppeling loopt goed af. Dit zijn de situaties waarin je iets moet doen.
Er is echt gebeten en je ziet een wond of bloed. Haal de dieren uit elkaar en ga naar de dierenarts. Een bijtwond bij een klein zoogdier ziet er van buiten vaak klein uit terwijl er onderhuids meer schade zit, en zulke wonden kunnen ontsteken.
Eén dier wordt continu weggejaagd. Komt een cavia niet meer bij het hooi, de voerbak of het drinkflesje, of zit hij de hele dag in een hoek, dan is de rangorde doorgeslagen. Scheid de dieren en begin opnieuw, of stop met deze combinatie.
Een cavia stopt met eten of drinken. Bel dan dezelfde dag een dierenarts, ook zonder zichtbare wond. Het informatieboekje van Het Knaaghof noemt stoppen met eten of drinken bij de klachten waarmee je naar de dierenarts gaat, en de Dierenbescherming schrijft dat het snel bergafwaarts kan gaan met een cavia.
Het lukt na een paar pogingen nog niet. Zet de verblijven weer naast elkaar, verleng die fase, en probeer het daarna opnieuw op neutraal terrein. Vaak is de tussenfase te kort geweest.
Sommige koppels lukken niet, ook niet met ruimte en geduld. Dan heb je twee verblijven nodig die naast elkaar staan, zodat de dieren elkaar kunnen zien, horen en ruiken zonder bij elkaar te kunnen. Dat is beter dan één cavia die alleen woont. Kom je vast te zitten, vraag dan hulp bij een asiel of knaagdiercentrum. Het Knaaghof en het Knaagdierencentrum van de Dierenbescherming koppelen cavia’s en denken mee over de combinatie, waarbij ze vragen om foto’s en de maten van je hok.