Je hond komt in de tuin meteen, maar in het bos doet hij alsof hij je niet hoort. Dat is meestal geen onwil, maar te snel opbouwen en een signaal dat te vaak zonder gevolg is gebruikt. In dit artikel bouw je het terugkomen op in zes stappen, en lees je waar het misgaat en wanneer je er iemand bij haalt.
Wat heb je nodig
- Een apart woord of hondenfluitje voor het terugkomen, dat je verder nergens voor gebruikt
- Kleine, zachte beloningen die je hond echt wil hebben, in een jaszak
- Een gewone lijn en een lange lijn van tien tot vijftien meter
- Een rustige plek om te beginnen: eerst binnen, dan de tuin, dan een rustig veld
- Tijd: sessies van twee tot vijf minuten, een paar keer per dag, en weken tot maanden voordat het signaal ook met afleiding staat
Voordat je begint
Deze vier regels bepalen of het werkt. Ze zijn belangrijker dan de oefeningen zelf.
Gebruik het signaal nooit voor iets onaangenaams. Roep je hond er niet mee om hem in de bak te zetten, zijn nagels te knippen of de wandeling te beëindigen. Het LICG legt uit dat een hond gedrag herhaalt dat iets leuks oplevert en gedrag laat verwateren dat niets oplevert. Levert je signaal een paar keer het einde van de leuke dingen op, dan neemt de waarde ervan af.
Roep niet als je niet kunt laten slagen. Weet je dat je hond niet komt, omdat hij vol op een spoor zit, dan roep je niet. Ga hem halen of gebruik de lijn. Dierenartsenorganisatie AniCura adviseert om in de leerfase de verleidingen weg te halen in plaats van erop te corrigeren, en houdt aan dat zo’n traject weken tot maanden duurt.
Straf nooit bij aankomst. Ook niet als je hond er vijf minuten over deed. Straf werkt alleen binnen ongeveer een seconde en koppelt zich aan wat de hond op dat moment doet, schrijven dierenartsenpraktijken zoals De Klomp. Krijgt je hond bij aankomst een boze stem, dan legt hij die bij het aankomen zelf.
Kies een nieuw signaal als het oude versleten is. Roep je al maanden zijn naam zonder gevolg, begin dan met een woord of fluitje dat hij nog niet kent. Dat kost minder tijd dan repareren.
Het stappenplan
Stap 1: Koppel het signaal binnen aan iets heel goeds
Zeg je woord of blaas je fluitje op een moment dat je hond al naar je toe komt, en geef daarna meteen iets lekkers. Doe dat vijf tot tien keer per sessie, een paar dagen achter elkaar. Je vraagt hier nog niets: je maakt alleen de koppeling tussen het geluid en iets goeds. Beloon binnen een seconde, want anders koppelt je hond het aan iets anders.
Gebruik iets wat je hond echt wil; voor sommige honden werkt een speeltje beter dan voer. AniCura adviseert om niet na één beloning te stoppen: een paar beloningen achter elkaar maken jou meer waard dan de omgeving.
Stap 2: Oefen korte afstanden in huis en in de tuin
Loop een paar meter weg terwijl je hond bezig is met iets rustigs, geef je signaal, en ga in de hurken zitten. Kleiner maken maakt je uitnodigender, aldus het LICG. Komt je hond, dan beloon je bij je benen en laat je hem weer gaan. Als terugkomen altijd het einde van de vrijheid betekent, wordt het minder aantrekkelijk. Kies momenten waarop je hond wakker is, maar niet bezig met iets dat sterker is dan jij. Werk in de tuin met meer afstand en één prikkel erbij, zoals een geluid uit de straat.
Stap 3: Bouw op met een lange lijn in een rustig veld
Klik de lange lijn aan een tuigje, ga naar een rustig veld, en laat je hond snuffelen tot hij tien of vijftien meter verderop is. Geef dan je signaal, één keer. Komt hij, dan beloon je. Komt hij niet, dan loop je zijn kant op en maak je de lijn korter tot je hem bij je hebt, zonder mopperen en zonder het signaal te herhalen.
De lange lijn doet twee dingen. Je hond kan niet wegrennen als een oefening mislukt, en jouw signaal blijft betekenen dat hij komt. Zo is hij de tussenstap tussen de tuin en het echte loslopen. Houd de lijn vrij van benen en fietsen, en gebruik een tuigje, zodat een ruk niet op de hals komt.
Stap 4: Beloon bij aankomst, niet bij het weglopen
Beloon pas als je hond bij je is, en pak hem even vast bij het tuigje voordat je het lekkers geeft. Doe je dat niet, dan leren sommige honden een spelletje waarin ze tot op twee meter komen en dan wegdraaien. Laat je hond na de beloning bijna altijd weer los: wandelingen waarin elk terugkomen eindigt in de lijn en naar huis, maken het signaal minder waard. Lijn aan het einde van de wandeling dus aan zonder je terugkomsignaal.
Stap 5: Oefen met afleiding erbij
Voeg één prikkel per keer toe. AniCura houdt voor dit soort oefeningen een trap aan die begint zonder afleiding, dan iemand die stilstaat, dan beweging, en pas daarna spelende honden. Blijf de lange lijn gebruiken zolang je niet zeker weet dat het lukt, en verhoog de afleiding of de afstand, niet beide tegelijk. Lukt een oefening twee keer niet, dan is de stap te groot. Werk in korte sessies: een hond die al twintig minuten oplet, gaat fouten maken die niets met het signaal te maken hebben.
Loslopen mag pas als je hond het signaal onder deze omstandigheden ook echt volgt. Het LICG stelt dat een hond buiten de bebouwde kom onder controle moet zijn, wat in de praktijk betekent dat hij aan de lijn blijft of direct terugkomt als je roept. In natuurgebieden is dat er ook om te voorkomen dat hij wild najaagt.
Stap 6: Onderhoud het signaal
Een terugkomsignaal verwatert als je het alleen nog gebruikt om je hond aan te lijnen. Blijf daarom levenslang belonen, ook bij een hond die het al jaren kent: een paar keer per wandeling roepen, belonen, weer laten gaan. Niet elke keer met voer, maar wel vaak genoeg dat het loont.
Ga terug naar de lange lijn als je hond twijfelt of als je een tijd weinig geoefend hebt. Bij een verhuizing of een pup die in de puberteit komt, is een korte opfrisronde in de tuin geen overbodige stap.
Als het niet lukt
Je hond negeert je bij andere honden. Andere honden zijn voor veel honden sterker dan voedsel. Vergroot de afstand tot het weer lukt, oefen met de lange lijn terwijl een bekende hond op vijftig meter loopt, en bouw daarna af. Roep niet terwijl je hond al in volle vaart naar een andere hond rent: dat is de situatie waarin het signaal beschadigd raakt.
Je hond stopt vlak voor je en draait weg. Dit ontstaat vaak doordat het lekkers al zichtbaar was voordat de hond bij je was, of doordat er na het terugkomen iets vervelends volgde. Beloon een paar weken alleen nog met je hand aan het tuigje en houd het lekkers tot dan uit het zicht.
Je hond heeft veel jachtdrift. Bij rassen die op zoeken en achtervolgen zijn gefokt, is het rennen zelf de beloning, en die overtref je met een brokje moeilijk. Werk hier met de lange lijn als standaard, oefen op plekken met weinig wild, en geef een uitlaatventiel dat je zelf stuurt, zoals zoekwerk met voer. Voor windhonden adviseert het LICG om in natuurterreinen niet los te laten lopen.
Wanneer haal je iemand erbij. Lukt het na een paar maanden consequent oefenen niet, of is weglopen gevaarlijk in het verkeer, schakel dan een gedragsdeskundige in die met belonen werkt. Ga eerst langs je dierenarts als je hond ineens minder reageert dan eerder of ook op andere geluiden slechter reageert: pijn en gehoorverlies wil je uitsluiten voordat je harder gaat trainen. Het Universitair Dierenziekenhuis in Utrecht wijst erop dat lichamelijke problemen zoals pijn gedragsproblemen kunnen veroorzaken, en onderzoekt daarom eerst de lichamelijke gezondheid.