Als je hond een poot openhaalt, wil je niet eerst gaan zoeken naar verband. Een EHBO-doos scheelt tijd, en tijd is precies wat er dan ontbreekt. In dit artikel lees je wat er volgens voorlichting en dierenartsen in zo’n doos hoort, wat je beter niet zelf doet, en hoe je hem in zes stappen samenstelt.
Wat heb je nodig
Reken op ongeveer een uur, plus een half uur winkelen voor wat je nog niet in huis hebt. Het bijhouden kost daarna twee keer per jaar een kwartier.
- Een stevige, afsluitbare doos of tas die je met een hand kunt meenemen
- Steriele gaasjes, verbandgaas en rekverband
- Kleefpleister op een rol en een verbandschaar
- Een pincet en een tekenpincet of tekenlasso
- Een digitale thermometer en glijmiddel, bijvoorbeeld vaseline
- Fysiologisch zout of steriel water om te spoelen
- Een muilkorf of snuitje dat past
- Een handdoek en een oude deken om het dier te tillen of warm te houden
- Een lijst met telefoonnummers en een kopie van het dierenpaspoort
Het Landelijk InformatieCentrum Gezelschapsdieren (LICG) noemt daarnaast koolstoftabletten, oogdruppels, wondzalf en een draadkniptang. Vraag je dierenarts of die middelen bij jouw dier zinvol zijn, want ze passen niet bij elke situatie.
Voordat je begint: waar deze doos voor is
Een EHBO-doos is bedoeld om te overbruggen, niet om zelf te behandelen. Je stelpt bloed, je houdt een wond schoon, je koelt, je meet, en je zorgt dat je dier rustig bij de dierenarts aankomt. Verder gaat het niet, en dat is geen tekortkoming van de doos maar de opzet ervan.
Vier dingen doe je niet zelf, ook niet als het goed bedoeld is:
- Geen menselijke medicatie. Het Medisch Centrum voor Dieren noemt ibuprofen en aspirine ongeschikt voor hond en kat, en beschrijft paracetamol als zeer giftig voor katten en fretten. Middelen als Advil en Nurofen horen dus niet in de doos.
- Geen alcohol of onbekend ontsmettingsmiddel in een wond zonder overleg. Het LICG noemt jodium of ontsmettingsvloeistof in zijn lijst, terwijl een deel van de dierenartsenpraktijken juist adviseert alleen te spoelen met lauw water of fysiologisch zout. De bronnen spreken elkaar hier tegen, dus vraag je dierenarts wat hij bij jouw dier wil zien.
- Geen zalf op een brandwond. Koel met lauw water en laat brandzalf weg tot de dierenarts de wond heeft gezien.
- Geen braken opwekken zonder overleg. Het LICG waarschuwt dat zomaar laten braken de slokdarm ernstig kan beschadigen. Bel eerst, met de verpakking van het middel in je hand.
De doos samenstellen in zes stappen
Stap 1: verzamel de basisinhoud
Begin met de doos zelf en het grove werk: handdoek, deken, schaar, pincet, muilkorf en handschoenen. Kies een doos die je met een hand kunt pakken, want je andere hand houdt straks een dier vast. Een dier met pijn kan bijten, ook een dier dat nooit bijt, en daarom staat een snuitje in vrijwel elke voorlichtingslijst. Meet nu al of hij past.
Stap 2: leg de wondverzorgingsspullen erbij
Steriele gaasjes, verbandgaas, rekverband en kleefpleister vormen de kern. Losse watten laat je weg, want daar blijven vezels van in een wond achter. Bij bloeden druk je een steriel gaasje stevig op de wond en houd je die druk vast. Haal het gaasje er niet steeds af om te kijken, want dan begint het bloeden opnieuw. Bloedt een poot hevig, houd hem dan hoger dan het hart en rijd meteen. Een knevelverband komt in de voorlichting voor, maar het knelt de bloedtoevoer af en kan schade geven, dus zie het als laatste redmiddel.
Bij een gebroken of gescheurde nagel doe je hetzelfde: druk met een gaasje, poot omhoog, en trek een los stuk nagel niet zelf los. Dat doet pijn en verergert het bloeden. Bij een teek pak je hem met een tekenpincet zo dicht mogelijk op de huid en trek je rustig recht omhoog. Het Medisch Centrum voor Dieren waarschuwt tegen alcohol op de teek: daardoor braakt de teek zijn maaginhoud in de huid, met eventuele ziekteverwekkers erbij. Volgens dezelfde praktijk zit een teek meestal zestien tot vierentwintig uur vast voordat overdracht een rol speelt, dus dagelijks nakijken helpt meer dan een foutloze techniek.
Stap 3: voeg de meetspullen toe
Een digitale thermometer en een tube glijmiddel geven je iets concreets om aan de telefoon te melden. AniCura noemt rectaal meten met een digitale thermometer de enige juiste methode bij een kat, met de punt ingevet en minstens drie centimeter diep, en houdt 38 tot 39 graden aan als normale waarde. Oorthermometers voor mensen zijn hier niet geschikt. Voor honden noemt het Medisch Centrum voor Dieren dezelfde marge, met een stijging van een halve tot een hele graad bij inspanning of stress.
Bij hitte-uitputting is die meting geen luxe. Boven 41 graden dreigt orgaanschade aan hart, lever, hersenen en nieren, en dan is directe hulp nodig. Leg je hond in de schaduw, laat lauw water over hem lopen, zorg voor luchtstroom en droog hem niet af. IJskoud water laat je weg, want die koudeprikkel is te veel voor een dier dat al uit balans is. Een hond die te warm is geweest hoort altijd door een dierenarts nagekeken te worden.
Stap 4: schrijf de administratie erbij
Dit is het onderdeel dat mensen overslaan en later missen. Leg in de doos, op papier en niet alleen in je telefoon:
- Het nummer en de openingstijden van je eigen dierenarts
- Het nummer van de dienstdoende praktijk of spoedkliniek buiten openingstijden, want die is bijna nooit dezelfde als je eigen praktijk
- Het nummer van de dierenambulance in je regio
- Een kopie van het dierenpaspoort met chipnummer en entingen
- Het gewicht van je dier en de medicijnen die het gebruikt
Het LICG adviseert de nummers van dierenarts en dierenambulance ook in je mobiel te zetten. Zoek het nummer van de dienstdoende post nu op, niet op het moment dat je het nodig hebt.
Stap 5: berg de doos op en controleer de houdbaarheid
Zet de doos op een vaste plek die iedereen in huis kent, niet achterin een schuur. Verband en pleisters horen droog en donker te liggen. Zet twee keer per jaar een herinnering in je agenda en loop dan drie dingen na: houdbaarheidsdata op gaasjes, zout en eventuele middelen, het materiaal dat je moet aanvullen, en de telefoonnummers, want praktijken fuseren en verhuizen. Controleer meteen of de thermometer nog werkt.
Stap 6: weet wanneer je meteen rijdt
De belangrijkste vaardigheid uit deze doos is de keuze om hem niet te gebruiken. Bij een bijtwond, een wond die verder gaat dan de huid, een wond in een oog of gewricht, of een wond die je niet schoon kunt houden, ga je naar de praktijk. Dierenkliniek De Arker noemt zes uur als termijn waarbinnen een wond gehecht moet worden voor een goede genezing, dus wachten tot morgen kost je die mogelijkheid. Bij een bijtwond zit de schade vaak dieper dan het gaatje in de huid laat zien.
Bel altijd voordat je vertrekt, ook bij spoed. Dan weet de praktijk dat je komt en kan het personeel klaarstaan.
Als het niet lukt: wanneer elke minuut telt
In deze situaties gebruik je de doos niet. Je belt en je rijdt, in die volgorde.
- Bloeden dat na tien minuten stevige druk niet minder wordt. Houd de druk vast en laat iemand anders rijden of bellen.
- Benauwdheid. Een dier dat happend ademt, met gestrekte nek zit, blauw of wit tandvlees heeft of niet meer kan liggen, gaat direct mee.
- Een opgezette buik met onrust. Een hond die rusteloos is, probeert te braken zonder dat er iets komt, veel kwijlt en een bolle buik heeft, kan een maagtorsie hebben. Dat is altijd spoed, ook midden in de nacht.
- Een kat die perst en niet plast. Vooral bij katers kan de urinebuis verstopt raken. Zonder behandeling leidt dat binnen korte tijd tot nierproblemen, hartritmestoringen en overlijden. Wacht hier geen dag mee.
- Een dier dat niet meer reageert, een aanval heeft die niet stopt, of van hoogte is gevallen. Ook een dier dat na een val of aanrijding gewoon opstaat, kan inwendig bloeden.
Twijfel je of iets in dit rijtje past, bel dan en beschrijf wat je ziet. Een assistent aan de telefoon kan die afweging beter maken dan jij op dat moment.