Je ligt in bed en je kat sprint over de gang, springt op de kast en duwt spullen van het aanrecht. Vaak elke nacht rond hetzelfde tijdstip. Dit artikel legt uit waar dat gedrag vandaan komt, wat je er zelf aan kunt veranderen en wanneer nachtelijke onrust een medische oorzaak kan hebben.
Het korte antwoord: je kat volgt zijn eigen ritme
Katten zijn van nature schemeractief, ook wel crepusculair genoemd: hun actieve momenten liggen rond zonsopgang en zonsondergang. Ze jagen in korte pieken van een paar minuten en slapen daartussen veel, bij elkaar meestal 12 tot 16 uur per dag. Een kat die overdag alleen thuis is en weinig te doen heeft, spaart die energie op. De piek komt er dan uit als het huis stil is, en dat is vaak midden in de nacht of rond vier uur ’s ochtends.
Het gedrag zelf is normaal en niet iets wat je moet afleren. Wat je wel kunt beïnvloeden, is het tijdstip waarop de piek valt en hoe lang hij duurt. Dat doe je door de dag anders in te richten, niet door je kat ’s nachts te corrigeren.
Jagen, vangen, eten, poetsen, slapen: het ritme dat je kunt gebruiken
Een kat die buiten jaagt, doorloopt steeds dezelfde reeks: sluipen en jagen, de prooi vangen, opeten, zich poetsen en dan diep slapen. Slaap volgt bij katten dus op inspanning en een volle maag. Wordt de reeks niet afgemaakt, dan blijft je kat onrustig.
Binnen kun je die reeks nabootsen. Speel met een hengel of sleeptouwtje tot je kat echt even moet bijkomen, laat hem “vangen”, geef daarna zijn maaltijd en laat hem vervolgens met rust. Veel katten gaan zich dan poetsen en vallen daarna in slaap. Een spelsessie zonder eten erna werkt minder goed: je maakt je kat actief zonder het rustpunt te geven.
- Speel in blokken van vijf tot tien minuten, twee tot vier keer per dag.
- Bouw op naar echte inspanning en laat het spel daarna uitdoven in plaats van abrupt te stoppen.
- Leg de langste sessie kort voor je eigen bedtijd en wissel het speelgoed af.
Een laserpen is als enige speeltje niet handig: je kat kan het lichtpuntje nooit vangen, dus de reeks wordt nooit afgemaakt.
Verveling en te weinig spel
Bij binnenkatten is verveling de meest voorkomende oorzaak. Een kat die acht uur alleen is in een huis waar niets beweegt, slaapt die uren vol, en wie de hele dag slaapt is ’s nachts wakker. Je kunt de dag interessanter maken zonder er zelf bij te zijn: verstop kleine porties brokken op verschillende plekken, zet een kartonnen doos of papieren zak neer en leg speelgoed op wisselende plaatsen. Let op het verschil tussen bewegen en aandacht: een kat die naast je op de bank ligt, is aan het rusten en dat telt niet mee als dagbesteding.
Voeren: het moment en de vorm maken verschil
Een kat eet in het wild geen twee grote porties per dag, maar tien tot twintig kleine prooien verspreid over het etmaal. Eén bak in de ochtend die ’s avonds leeg is, betekent dat je kat rond drie uur ’s nachts honger heeft. Honger maakt actief, want honger is het signaal om te gaan jagen.
- Verdeel de dagelijkse hoeveelheid over vier of meer kleine porties.
- Geef de laatste, iets ruimere maaltijd zo laat mogelijk op de avond, direct na het spelen.
- Gebruik een voerpuzzel of snuffelmat, zodat eten tijd en inspanning kost.
- Overweeg een voerautomaat met tijdklok voor een portie diep in de nacht of vroeg in de ochtend.
Die automaat lost een lastig punt op: als jij opstaat om te voeren, leert je kat dat wakker maken werkt. Een apparaat koppelt eten aan de klok en niet aan jou. Tel de porties uit puzzel en automaat mee in de dagelijkse hoeveelheid, anders wordt je kat rustiger maar ook zwaarder.
[bol.com: voerautomaat met tijdklok voor katten]
Een avondroutine die de piek verschuift
Katten pikken vaste patronen snel op. Houd je elke avond dezelfde reeks aan, dan verschuift de actieve piek geleidelijk naar het moment dat jou uitkomt. Reken op één tot drie weken voordat je verschil merkt.
Een routine kan zijn: rond negen uur tien tot vijftien minuten intensief spelen, dan de laatste maaltijd, dan de kattenbak verschonen, licht uit en verder geen aandacht meer. Houd elke avond dezelfde volgorde aan, ook in het weekend. Wat het effect ondermijnt: laat op de avond nog stoeien met de hand, wisselende tijden, en de ene nacht negeren en de andere nacht opstaan.
Wat er aan de omgeving kan liggen
Soms zit de oorzaak niet in de energie van je kat maar in het huis. Loop deze punten na.
| Wat je ziet | Wat er mogelijk aan de hand is | Wat je kunt doen |
| Rennen en springen op meubels | Te weinig klimruimte op hoogte | Krabmeubel, wandplanken of vrije vensterbank |
| Miauwen bij een deur | Kat wil bij een afgesloten kamer | Deur open laten of een kijkplek maken |
| Krabben en klauwen bij de bak | Kattenbak is ’s nachts vol of vies | Extra bak, of voor bedtijd verschonen |
| Staren en klakken bij het raam | Prooidieren of katten buiten | Gordijn dicht in de nacht |
Katten willen omhoog en willen overzicht. Een kat zonder hoge plek gebruikt jouw kast, keukenblad en boekenrek, en dat maakt geluid. Eén stevig krabmeubel of een paar planken op verschillende hoogtes haalt vaak al veel onrust weg.
[bol.com: krabmeubel met meerdere niveaus]
Ook de kattenbak telt mee. Veel katten weigeren een bak die al vol zit en gaan dan onrustig rondlopen. De vuistregel is één bak per kat plus één extra, op rustige plekken, en minstens één keer per dag scheppen. Verschoon vlak voor het slapengaan.
Waarom aandacht geven midden in de nacht het gedrag versterkt
Sta je ’s nachts op om te voeren, te aaien of je kat weg te jagen, dan geef je aandacht op precies het moment dat je het gedrag niet wil. Ook boos wegjagen is een reactie: er gebeurt iets, en dat is interessanter dan niets. Zo wordt het gedrag sterker in plaats van zwakker.
Reageer daarom consequent niet, en reken erop dat het de eerste dagen erger wordt, want je kat probeert eerst harder wat eerder werkte. Wil je echt slapen, sluit dan de slaapkamerdeur en zorg dat je kat aan de andere kant water, een bak, een slaapplek en iets te doen heeft. Straffen of water sprayen werkt niet en maakt je kat vooral onzeker. Eén uitzondering: negeer geen gedrag dat nieuw is. Een kat die jaren rustig sliep en nu nachten aan één stuk miauwt, vraagt eerst om een controle.
Kitten, jonge kat of senior, en helpt een tweede kat?
Leeftijd verandert het beeld. Kittens en katten tot ongeveer twee jaar hebben veel energie en korte concentratie; bij hen gaat het bijna altijd om energie die overblijft, en het wordt met de jaren rustiger. Katten tussen twee en zeven jaar vallen meestal terug in een vast ritme. Bij katten vanaf ongeveer zeven tot tien jaar hoort nieuwe nachtelijke onrust hoger op de lijst van dingen om te laten nakijken.
Een tweede kat is geen standaardoplossing. Twee jonge katten die goed samen spelen, houden elkaar bezig en dat kan de piek verkleinen. Dat werkt vooral bij jonge, sociale dieren en als er ruimte is voor gescheiden slaapplekken, bakken en voerplaatsen. Bij een oudere kat, een kat die eerder slecht op andere katten reageerde, of een kat waarvan de onrust door pijn of ziekte komt, wordt het meestal drukker in plaats van rustiger.
Wanneer nachtelijke onrust een medische oorzaak kan hebben
Nachtelijke activiteit bij een jonge, gezonde binnenkat is gedrag. Activiteit die nieuw is, sterker wordt of samengaat met andere veranderingen, kan medisch zijn. Maak een afspraak bij de dierenarts als je dit ziet:
- Je kat is ouder dan zeven jaar en gaat ’s nachts opeens hard en langdurig miauwen.
- Je kat eet meer dan normaal maar valt af, of drinkt en plast opvallend veel.
- Je kat lijkt in de war, staart naar muren, loopt rondjes of vindt de kattenbak niet meer.
- Je kat schrikt bij aanraking, springt niet meer of beweegt stijver dan eerst.
- De onrust duurt langer dan een paar weken ondanks een vaste routine en genoeg spel.
Oorzaken die een dierenarts hierbij nakijkt, zijn onder andere een overactieve schildklier (hyperthyreoïdie, waarbij de schildklier te veel hormoon maakt en de kat rusteloos, mager en luidruchtig wordt), pijn door bijvoorbeeld artrose, een te hoge bloeddruk, minder goed zien of horen, nierproblemen en cognitieve achteruitgang bij oudere katten. Dat laatste lijkt op dementie: hard miauwen zonder duidelijke reden, verwardheid en een omgedraaid dag-nachtritme. Dit zijn geen diagnoses die je thuis kunt stellen. Een schildklierprobleem en een hoge bloeddruk zijn met bloedonderzoek en een meting vast te stellen en vaak goed te behandelen.

