Je staat in de winkel met een blikje in je hand en ziet vooral kleine lettertjes. Alleenvoeding, vleesderivaten, ruw eiwit, ruwe as: het lijkt een andere taal. Dit artikel loopt het etiket van boven naar beneden door, zodat je zelf kunt beoordelen of dit voer bij jouw kat past.
Alleenvoeding of aanvullend voer: begin hier
De belangrijkste regel op het etiket wordt het vaakst overgeslagen. Ergens staat namelijk of het voer alleenvoeding is, ook wel complete voeding genoemd, of aanvullend voer, ook wel complementair voer. Dat bepaalt of je kat van dit voer kan leven.
Alleenvoeding betekent dat het voer op zichzelf alle voedingsstoffen bevat die een kat nodig heeft: eiwit, vet, vitaminen en mineralen in de juiste verhouding. Je kunt het dagelijks als enige voer geven. Aanvullend voer is dat niet. Denk aan pure vleespaté, stukjes vis in gelei en veel pouches die als traktatie bedoeld zijn. Als aanvulling zijn ze prima, maar een kat die er weken op leeft, mist onderdelen.
De vermelding staat meestal in kleine letters op de achterkant, vaak bij de voedingsrichtlijn, met een levensfase erbij: voor volwassen katten of voor kittens. Let daar ook op, want kittenvoer bevat meer energie en eiwit. Vind je de vermelding niet, ga er dan van uit dat het aanvullend voer is. Twijfel je of een voer bij jouw kat past, leg het blikje dan naast je dierenarts.
De ingrediëntenlijst: wat vleesderivaten en granen betekenen
De ingrediëntenlijst staat op volgorde van gewicht, het zwaarste ingrediënt eerst. Bij natvoer staat vlees of vis daarom vaak vooraan, deels omdat er veel water in zit. Fabrikanten mogen ingrediënten per categorie noemen, en daardoor kom je termen tegen die vaag klinken:
- Vleesderivaten of dierlijke bijproducten: delen van een dier die niet als spiervlees verkocht worden, zoals lever, hart, longen en pens. Dat is geen afval, want orgaanvlees is voor een kat juist waardevol. Je weet alleen niet welk deel van welk dier het is.
- Granen: verzamelnaam voor rijst, tarwe, maïs of gerst. Ze leveren koolhydraten en binding. In natvoer zit meestal weinig graan.
- Bijproducten van plantaardige oorsprong: plantaardige resten uit de levensmiddelenindustrie, vaak vezels die de ontlasting steviger maken.
Wat zegt dit over kwaliteit? Minder dan verkopers je laten geloven. Een etiket met vleesderivaten kan goed voer zijn en een etiket met verse kip kan mager samengesteld zijn. Een open lijst met benoemde ingrediënten geeft je wel meer grip als je kat ergens niet goed op reageert.
Percentages achter vlees: van 4 procent tot 60 procent
Hier gaat het vaakst mis. Op de voorkant staat bijvoorbeeld “met kip”, wat klinkt alsof het blikje vol kip zit. De hoeveelheid hangt samen met de formulering.
- Staat er met kip of met rund, dan zit er meestal een klein deel van dat vlees in, in de orde van een paar procent. Op de ingrediëntenlijst zie je dat terug als bijvoorbeeld kip 4 procent.
- Staat er kip 60 procent of rijk aan kip, dan is dat vlees een hoofdbestanddeel.
- Staat er met kip en rund, dan zit er van beide iets in, zonder iets over de verhouding.
Kijk dus niet naar de voorkant, maar zoek het percentage op de ingrediëntenlijst. Veel vlees betekent bovendien niet automatisch beter voer: een blikje met 60 procent vlees zonder toegevoegde vitaminen en mineralen blijft aanvullend voer, terwijl 30 procent vlees plus een complete mineralenmix wel alleenvoeding kan zijn.
De analytische samenstelling: omrekenen naar droge stof
Onder het kopje analytische samenstelling staan de wettelijk verplichte gehalten. In gewone taal:
- Ruw eiwit: de totale hoeveelheid eiwit.
- Ruw vet: de totale hoeveelheid vet, de belangrijkste energiebron.
- Ruwe as: wat er overblijft als je het voer verbrandt, dus de mineralen zoals calcium en fosfor. Een hoge waarde betekent veel botmateriaal of toegevoegde mineralen, niet dat er zand in zit.
- Ruwe celstof: het plantaardige deel dat niet verteert, de vezels.
- Vocht: het watergehalte, bij natvoer meestal 75 tot 85 procent.
Die percentages gelden voor het voer zoals het in het blik zit. Daarom lijkt natvoer arm aan eiwit vergeleken met brokken: er zit vooral water in. Wil je eerlijk vergelijken, reken dan terug naar droge stof, dus het voer zonder water. Trek het vochtgehalte van 100 af en deel het gehalte dat je wilt weten door die uitkomst, maal 100.
Neem een natvoer met 80 procent vocht en 10 procent ruw eiwit. Droge stof: 100 min 80 is 20 procent. Eiwit op droge stof: 10 gedeeld door 20, maal 100 is 50 procent. Een brok met 8 procent vocht en 32 procent ruw eiwit heeft 92 procent droge stof en komt uit op 32 gedeeld door 92, maal 100, ongeveer 35 procent.
| Onderdeel | Natvoer op het blik | Natvoer op droge stof | Brok op de zak | Brok op droge stof |
| Vocht | 80 procent | 0 procent | 8 procent | 0 procent |
| Ruw eiwit | 10 procent | 50 procent | 32 procent | 35 procent |
| Ruw vet | 5 procent | 25 procent | 14 procent | 15 procent |
| Ruwe as | 2 procent | 10 procent | 7 procent | 8 procent |
Zonder omrekenen lijkt de brok drie keer zo eiwitrijk. Na omrekenen is het natvoer uit dit voorbeeld juist eiwitrijker.
Vitaminen, mineralen en waarom taurine erin moet
Onder de analytische samenstelling staat vaak een blok toevoegingen: vitaminen, sporenelementen zoals zink, koper en jodium, en soms aminozuren. Bij alleenvoeding hoort dit blok er te zijn, want vlees alleen levert niet alles in de juiste verhouding.
Een naam om te kennen is taurine, een aminozuur dat katten nodig hebben voor hun hart, ogen en voortplanting. Honden en mensen maken taurine zelf aan uit andere aminozuren, katten nauwelijks. Zij moeten het uit hun voer halen. Taurine zit van nature in dierlijk materiaal, vooral in hart en andere organen, maar gaat deels verloren bij verhitting. Daarom voegen fabrikanten het toe.
Twijfel je tussen twee blikjes, kijk dan of taurine ergens genoemd staat. Bij compleet natvoer hoort het erbij, bij aanvullend voer vaak niet. Voeg zelf geen supplementen toe zonder overleg met je dierenarts, want te veel van sommige vitaminen en mineralen is ook niet goed.
Vochtgehalte: waarom water in het voer meetelt
Katten stammen af van woestijndieren en hebben een matige dorstprikkel. Ze compenseren een droog dieet niet altijd volledig door meer te drinken. Natvoer bestaat voor 75 tot 85 procent uit water, dus daarmee krijgt je kat een groot deel van zijn vochtbehoefte binnen zonder de waterbak.
Meer vocht binnen betekent meer verdunde urine en vaker plassen. Dat is gunstig voor de blaas en de urinewegen, omdat kristallen en gruis minder kans krijgen om samen te klonteren. Bij katten met terugkerende blaasproblemen of nierproblemen is een hogere vochtinname daarom een van de eerste adviezen van een dierenarts. Het is geen behandeling, maar wel een makkelijke maatregel.
Geef je alleen brokken, zet dan meerdere waterbakken neer, weg van de voerbak. Een combinatie van brokken en een portie natvoer per dag werkt ook.
Hoeveel gram natvoer geef je per dag
Op elk blikje staat een voedingsrichtlijn in gram per dag bij een bepaald gewicht. Neem die als startpunt, want de energiedichtheid verschilt per product. Wat de hoeveelheid verder bepaalt:
- Streefgewicht: niet wat je kat weegt, maar wat hij zou moeten wegen.
- Leeftijd: kittens hebben per kilo veel meer energie nodig.
- Gecastreerd of niet: na castratie of sterilisatie daalt de energiebehoefte merkbaar.
- Beweging: een buitenkat in de winter eet meer dan een rustige binnenkat.
- Snacks: alles wat ernaast gaat, telt mee.
- De energiewaarde: natvoer varieert grofweg tussen 60 en 100 kilocalorieën per 100 gram.
Als ruwe orde van grootte zit een volwassen binnenkat rond de 50 tot 70 kilocalorieën per kilo lichaamsgewicht per dag. Bij natvoer met ongeveer 80 kilocalorieën per 100 gram geeft dat dit beeld.
| Streefgewicht kat | Ongeveer per dag | Natvoer bij 80 kcal per 100 gram |
| 3 kg | 150 tot 210 kcal | 190 tot 260 gram |
| 4 kg | 200 tot 280 kcal | 250 tot 350 gram |
| 5 kg | 250 tot 350 kcal | 310 tot 440 gram |
Dat komt neer op ruwweg drie tot vier zakjes van 85 gram, of twee tot drie blikjes. Verdeel het over twee tot vier maaltijden en gooi restjes na een half uur weg, want natvoer verzuurt snel.
Weeg je kat elke twee tot vier weken en stuur bij op wat je ziet en voelt: je hoort de ribben te kunnen voelen zonder te drukken. Verliest je kat gewicht zonder dat je minder geeft, eet hij binnen 24 uur niets, of drinkt hij plotseling veel meer, bel dan de dierenarts. Katten die niet eten, gaan sneller achteruit dan honden. Bij dieetvoer voor nier-, blaas- of darmproblemen kiest de dierenarts het voer en de hoeveelheid.

