Als het warm wordt, is de vraag vaak of die wandeling nog kan. Honden regelen hun temperatuur anders dan wij, en dat maakt hitte voor hen een groter probleem dan voor jou. In deze gids lees je welke honden risico lopen, wat kan met wandelen, water en de auto, en hoe je oververhitting herkent.
Het korte antwoord: honden koelen via hijgen, niet via zweten
Een hond zweet niet zoals een mens. Hij heeft alleen zweetkliertjes in zijn voetzolen en die dragen weinig bij. Zijn koeling loopt via hijgen: hij ademt snel over de vochtige slijmvliezen van tong en luchtwegen, waardoor vocht verdampt en warmte meegaat. Dat werkt, maar minder goed dan zweten en het kost hem energie.
Daar komt bij dat een hond dichter bij de grond loopt, waar de lucht warmer is en de straling van asfalt of tegels bij komt. Warmte hakt er bij honden dus harder in dan bij jou. Vind je het zelf warm, dan is het voor je hond vaak al te veel.
Wie meer risico loopt
Verder verliest een hond warmte via zijn huid en door contact met een koele ondergrond, en houdt hij zich stil. Dat laatste is gezond: een hond die liever ligt dan speelt, doet wat hij moet doen. Bij deze groepen schiet het koelen eerder tekort:
- Kortsnuitige rassen, zoals bulldogs, pugs en boxers. Hun luchtwegen zijn korter en vaak nauwer, waardoor hijgen minder koeling oplevert en meer inspanning kost. Bij hen kan hitte snel misgaan.
- Oudere honden, die vaker hart- of luchtwegproblemen hebben en warmte slechter reguleren.
- Pups, die hun temperatuur minder goed op peil houden en zelf slecht afremmen tijdens het spelen.
- Honden met overgewicht. Vet isoleert, en extra gewicht geeft meer warmte bij dezelfde inspanning.
- Honden met een dikke dubbele vacht, zoals husky’s en herders. Zo’n vacht heeft een grove buitenlaag en een dichte ondervacht, en die ondervacht houdt warmte tegen maar ook vast als er te weinig lucht bij komt.
Hoort je hond hierbij, schuif dan alle richtlijnen hieronder voorzichtiger op: korter, later op de dag, rustiger.
Wanneer wandel je wel en wanneer niet
Verplaats je wandelingen naar de vroege ochtend en de late avond, ook omdat de ondergrond dan is afgekoeld. Asfalt en donkere tegels blijven na een warme dag lang heet, tot ver na zonsondergang. Test de ondergrond met de rug van je hand: leg hem vijf tot zeven seconden op het asfalt. Kun je dat niet volhouden, dan kan je hond er niet op lopen zonder risico op verbrande voetzolen. Loop dan over gras of in de schaduw, of ga niet.
Als richtlijn breng je vanaf grofweg 25 graden de intensiteit flink terug: korter, langzamer, geen bal, geen fietsen, geen lange stukken in de volle zon. Er is geen harde grens waaronder alles veilig is en waarboven niets kan. Luchtvochtigheid telt mee: bij vochtige lucht verdampt er minder vocht bij het hijgen, dus 24 graden met drukkende lucht kan zwaarder zijn dan 27 graden met een droge wind. Kijk dus naar je hond en niet alleen naar de thermometer. Wat wel kan: een korte plaswandeling in de schaduw of de energie thuis kwijtmaken met snuffelwerk. Beweging schrappen mag; honden hebben geen vast aantal kilometers nodig op een hittedag.
Water en verkoeling in huis
Zorg dat er altijd vers water staat, op meer dan één plek als je hond veel rondloopt. Verder helpt dit in huis:
- Schaduw en gordijnen dicht aan de zonkant, en een koele plek die hij kan kiezen, bijvoorbeeld een tegelvloer of de hal.
- Een ventilator die langs hem heen blaast en niet vol in zijn gezicht. Een hond heeft er minder aan dan jij, omdat hij niet zweet, maar bewegende lucht helpt wel bij de verdamping via zijn luchtwegen.
- Een koelmat, een mat die warmte opneemt zonder dat je hem in de koelkast legt, bijvoorbeeld [bol.com: koelmat hond]. Leg hem neer als optie en dwing hem er niet op.
- Een natte handdoek op de vloer om op te liggen. Leg die nooit over je hond heen: een doek op zijn rug houdt de warmte eronder vast en werkt als isolatie.
Laat je hond kiezen. Zet de opties neer, koele vloer, schaduw, luchtstroom en water, en laat hem zelf bepalen waar hij gaat liggen. Honden zijn hier vaak beter in dan wij denken.
Nooit in de auto, ook niet kort
Laat je hond in warm weer niet alleen in de auto achter. Niet vijf minuten, niet met de ramen op een kier en ook niet in de schaduw. Een auto werkt als een broeikast: zonlicht warmt het interieur op en die warmte kan er niet weg. Binnen kan het in tien tot vijftien minuten tientallen graden warmer worden dan buiten. Schaduw verschuift bovendien, dus de plek die bij aankomst schaduw was, staat een kwartier later vol in de zon. Een raam op een kier maakt weinig verschil, want door een stilstaande auto komt geen echte luchtstroom. Kan je hond niet mee naar binnen, laat hem dan thuis. Zie je een hond alleen in een auto die duidelijk in nood is, zoek dan de eigenaar en bel bij twijfel de politie of de dierenambulance.
Zwemmen en spelen met water
Water is voor veel honden een prettige manier om af te koelen, met een paar aandachtspunten.
- Zoutwater. Een hond die veel zeewater binnenkrijgt, kan misselijk en uitgedroogd raken. Geef aan het strand steeds vers water aan.
- Blauwalg. In stilstaand, warm zoetwater kan blauwalg voorkomen, een bacterie die het water groenblauw en troebel maakt en vaak naar de kant waait. Blauwalg kan honden ernstig ziek maken, ook door likken aan de vacht. Laat je hond niet zwemmen waar een waarschuwing hangt of waar het water drabbig is.
- Uitputting. Zwemmen is zware inspanning en een hond die apporteert stopt vaak niet uit zichzelf. Bouw pauzes in en stop voordat hij zichtbaar moe wordt.
- IJskoud water. Een verhitte hond die in heel koud water springt, kan kramp of misselijkheid krijgen. Laat hem eerst tot rust komen en dan rustig het water in lopen.
Neem onderweg water mee, bijvoorbeeld in een [bol.com: reisdrinkfles hond].
De signalen van oververhitting en wat je dan doet
Let op deze signalen:
- Heftig hijgen dat niet zakt in de schaduw
- Een felrode tong en slijmvliezen, of juist een blauwe of grauwe tong
- Veel kwijlen, met dik en plakkend speeksel
- Wankel lopen of niet meer rechtop kunnen staan
- Braken of diarree
- Niet reageren op zijn naam, of buiten bewustzijn raken
Zie je dit, haal hem dan direct uit de zon naar een koele, luchtige plek. Koel hem geleidelijk met lauw tot koel water, vooral op poten, buik en liezen, waar de huid dun is en het bloed dicht onder de oppervlakte loopt. Gebruik geen ijswater en dompel hem niet onder: te snelle afkoeling laat de bloedvaten in de huid vernauwen en houdt de warmte binnen. Laat hem drinken als hij dat zelf kan, en giet nooit water in de bek van een hond die niet goed bij is.
Bel daarnaast direct de dierenarts, ook als hij lijkt op te knappen. Een hitteberoerte, een oververhitting waarbij organen beschadigd raken, is levensbedreigend, en de schade kan uren later nog naar buiten komen. Koel hem onderweg naar de kliniek door.
De vacht: niet kaal scheren
Bij een dikke dubbele vacht is de reflex om de hond in de zomer kort te laten scheren, maar dat is meestal geen goed idee. Die vacht werkt twee kanten op: de ondervacht houdt in de winter warmte vast en houdt in de zomer warmte en zonnestraling van de huid af. Scheer je hem kaal, dan verlies je die isolatie, komt de huid in de zon en kan hij verbranden. Bij sommige honden groeit de vacht daarna ook anders terug.
Wat wel helpt, is de losse ondervacht eruit kammen: minder dode haren betekent meer luchtstroom bij de huid. Bij een lange vacht kan een trimmer wat inkorten. Twijfel je, vraag het dan aan een trimmer die het ras kent.
Onderweg met de hond in de auto
Ook in een rijdende auto blijft het opletten. Zet de airco of ventilatie aan en richt de luchtstroom niet vol op je hond. Rijd je zonder airco, houd dan ramen aan twee kanten open zodat er echt lucht door de auto trekt. Zet zonwering op de ruit waar hij zit, maar dek een bench nooit zo af dat er geen lucht bij komt. Stop elke twee uur voor water en een plaspauze in de schaduw, plan lange ritten in de vroege ochtend of de avond, en houd bij een file rekening met een auto die stilstaat in de zon.

