Overgewicht is bij katten die binnen leven heel gewoon, en het gaat vrijwel altijd ongemerkt: een kat wordt niet in een maand te zwaar, maar met een paar gram per week. Bij de meeste katten is het om te keren met een afgewogen portie en meer beweging, mits je het rustig doet. Je leest hier hoe je het vaststelt, waarom het ontstaat en hoe je een dieet veilig opbouwt.
Hoe je ziet of je kat te zwaar is
Het gewicht alleen zegt weinig: een Maine Coon van zes kilo kan slank zijn en een kortharige huiskat van zes kilo veel te zwaar. Dierenartsen kijken daarom naar de body condition score, een beoordeling van de lichaamsvorm op een schaal van 1 tot 9, waarbij 4 tot 5 als ideaal geldt. Die kun je thuis grotendeels zelf doen.
De ribbentest
Leg je handen plat op de flanken van je kat en strijk met lichte druk over de ribben. Bij een kat op gewicht voel je ze duidelijk onder een dun laagje vet, ongeveer zoals de botjes op de rug van je eigen hand. Moet je drukken om ze te vinden, dan zit er te veel vet op. Doe dit met je kat staand, niet liggend.
De taille van bovenaf
Kijk van boven op je staande kat. Achter de ribben hoort de romp iets in te lopen, zodat er een lichte taille zichtbaar is. Loopt de lijn recht door van schouder naar heup, dan is dat een teken van overgewicht. Bij langharige katten voel je de vorm in plaats van hem te bekijken.
De zijkant en de buik
Van de zijkant hoort de buiklijn achter de ribben iets omhoog te lopen naar de achterpoten. Bij een te zware kat hangt die recht of naar beneden. Een los buikschortje komt bij gecastreerde katten vaak voor en zegt op zich weinig, dus kijk naar de drie kenmerken samen.
De weegschaal geeft het bewijs
Wat je voelt is een indruk, de weegschaal is het bewijs. Weeg elke twee weken op hetzelfde moment, met een babyweegschaal of door jezelf met en zonder kat te wegen. Bij een kat gaat het om kleine getallen: een gemiddelde kortharige huiskat weegt 4 tot 5 kilo, en 500 gram erbij is al ruim tien procent. Schrijf het op: de trend over drie maanden zegt meer dan een losse meting. [bol.com: digitale keukenweegschaal]
Waarom het ontstaat
Bijna nooit door één oorzaak. Meestal komen er dingen samen die los van elkaar onschuldig lijken:
- Voer dat de hele dag beschikbaar is. Veel katten eten meer dan ze nodig hebben zodra het er staat.
- Brokken naar de beker in plaats van gewogen. Een schepje extra is bij een kat snel twintig procent meer, en de energiewaarde per gram verschilt per voer.
- Snacks die niet worden meegerekend. Snoepjes, een restje kip en de brokjes die de kinderen erbij doen tellen mee.
- Castratie of sterilisatie. Daarna daalt de energiebehoefte bij veel katten, terwijl de portie hetzelfde blijft en de eetlust vaak toeneemt. Dat is een veelvoorkomend kantelpunt.
- Weinig prikkels binnen. Een kat die niet jaagt en niets te ontdekken heeft, beweegt weinig en gaat meer eten uit verveling.
Wordt je kat in korte tijd zwaarder zonder dat het voer veranderd is, laat dat dan nakijken in plaats van zelf te minderen.
Waarom het schadelijk is
Overgewicht is bij katten geen cosmetisch punt.
- Diabetes. Te zware katten hebben een hoger risico op diabetes, waarbij het lichaam de bloedsuiker niet goed meer regelt.
- Gewrichtsklachten. Extra kilo’s belasten de gewrichten. Bij katten zie je dat niet als kreupelheid, maar als minder springen en meer slapen.
- Huidproblemen. Een te zware kat komt niet bij zijn hele lichaam om te poetsen, vooral niet bij de rug en de staartbasis. Dat geeft klitten en schilfers.
- Hoger risico bij narcose. Een te zwaar dier is moeilijker te doseren en herstelt vaker minder vlot.
Dit zijn risico’s, geen zekerheden. Wat je kat wel of niet heeft, stelt de dierenarts vast.
Hoe je het aanpakt
Overleg altijd eerst met je dierenarts voordat je bij een kat aan een dieet begint. Dat is geen formaliteit: hij stelt een streefgewicht vast, sluit een oorzaak uit en rekent uit hoeveel jouw kat per dag mag. Een portie die je zelf inschat, is snel te ruim of juist gevaarlijk krap.
Weeg de portie af
Stap over van scheppen naar wegen. Kijk op de zak wat de richtlijn is en reken met het streefgewicht als je dierenarts dat adviseert. Weeg de dagportie ’s ochtends in één keer af en verdeel die over de dag, dan is er geen discussie over wie er al gevoerd heeft.
Verdeel over meerdere kleine maaltijden
Katten zijn van nature knabbelaars die veel kleine prooien per dag eten. Vier tot zes kleine maaltijden geven meer verzadiging dan twee grote en verminderen het bedelen. Een voerautomaat met timer helpt als je weg bent, en het houdt je kat meer bezig.
Geef natvoer erbij
Natvoer bestaat voor een groot deel uit water, meestal rond de 75 tot 80 procent, en heeft per gram minder energie dan brokken. Je kat kan dus meer eten bij dezelfde hoeveelheid calorieën, wat de honger beperkt. Het extra vocht is gunstig voor de nieren en de urinewegen. Bouw de overstap over een week of twee op, want een abrupte wisseling geeft vaak diarree.
Reken snacks mee in het dagtotaal
Alles wat je kat naast de maaltijd krijgt, gaat van de dagportie af. Houd snacks bij maximaal tien procent van het dagtotaal en gebruik voor spelletjes brokken uit de afgewogen portie. Spreek in huis af wie voert.
Houd het tempo laag
Mik op ongeveer 0,5 tot 1 procent van het lichaamsgewicht per week. Bij een kat van 6 kilo is dat 30 tot 60 gram per week. Dat voelt langzaam, en dat is het ook: een kat die van 6 naar 5 kilo moet, is daar een half jaar mee bezig.
Sneller is niet beter, maar gevaarlijk. Bij te snel afvallen kan er vetophoping in de lever ontstaan, ook wel leververvetting genoemd, en daar kunnen katten acuut heel ziek van worden. Gaat het sneller dan het plan, verhoog dan de portie in overleg met je dierenarts.
| Startgewicht | Streeftempo per week | Ongeveer per maand |
| 4 kg | 20 tot 40 gram | 80 tot 160 gram |
| 5 kg | 25 tot 50 gram | 100 tot 200 gram |
| 6 kg | 30 tot 60 gram | 120 tot 240 gram |
| 7 kg | 35 tot 70 gram | 140 tot 280 gram |
Deze tabel is een richtlijn om je tempo aan te toetsen. Het streefgewicht bepaal je met je dierenarts.
Beweging en verrijking
Een dieet zonder beweging werkt half, maar bij een kat draait beweging om jagen. Houd het kort en vaak.
- Spelen in korte sessies. Twee tot vier keer per dag vijf tot tien minuten met een hengel werkt beter dan een half uur achter elkaar. Sluit af met een hapje uit de dagportie.
- Verstop het voer. Verdeel de brokken over bakjes op verschillende plekken, ook op hoogte.
- Gebruik een voerpuzzel. Een bak of bal waar je kat de brokken uit moet werken, verlengt de eettijd. Begin met een makkelijke stand, anders geeft je kat het op. [bol.com: voerpuzzel voor katten]
- Bied klimruimte. Een krabmast of een plekje op een kast maakt verticale beweging mogelijk. Bij een zware kat helpen tussenstapjes, zodat hij niet hoog hoeft te springen.
Forceer niets bij een kat die moeilijk beweegt. Hijgt hij na het spelen of hinkt hij, laat dan eerst de gewrichten nakijken.
Meerdere katten in huis
De situatie waarin de een moet lijnen en de ander niet, is in de praktijk het lastigst. Een paar manieren die werken:
- Voer gescheiden, in verschillende kamers, en haal de bakjes na twintig minuten weg.
- Zet het voer van de slanke kat op hoogte of achter een doorgang waar alleen die kat door past.
- Gebruik een voerbak die alleen opengaat voor de chip van één kat. Dat is een investering, maar lost het structureel op.
- Stop met vrij voeren in het hele huis. Zolang er ergens een volle bak staat, werkt geen enkel plan.
- Weeg alle katten, want een huisgenoot valt soms onbedoeld ook af.
Wanneer je de dierenarts belt
- Voordat je begint met minderen, om het streefgewicht en de dagportie te laten bepalen.
- Als je kat plotseling veel gaat drinken, veel plast of afvalt zonder dieet.
- Als je kat twee dagen niet eet. Dat is geen kwestie van afwachten, maar een reden om direct hulp te vragen.
- Als je kat sloom wordt, overgeeft of tijdens een dieet snel achteruitgaat.
- Als het gewicht na twee maanden afwegen niet daalt.

