Een hond die de hele wandeling vooruit hangt, maakt het uitlaten zwaar voor jullie beiden. Trekken houdt zichzelf ook in stand: je hond trekt, hij komt vooruit, en daarmee is het trekken beloond. In dit artikel lees je welk materiaal past, hoe je in zes stappen opbouwt naar een losse lijn, en wanneer je er iemand bij haalt.
Wat heb je nodig
- Een tuig dat goed past en de schouders vrijlaat, of een platte halsband als je hond daarin rustig loopt
- Een vaste lijn van anderhalve tot twee meter
- Kleine, zachte beloningen die je hond echt lekker vindt, in een buideltje waar je snel bij kunt
- Een rustige startplek: de gang, de tuin of een stille straat
- Tijd: korte sessies van vijf tot tien minuten per dag. Reken voor het hele traject op weken, niet op dagen.
Laat de uitschuifbare rollijn tijdens deze training in de kast. Zo’n lijn staat bijna altijd op spanning, en juist het verschil tussen een strakke en een losse lijn moet je hond leren voelen.
Een tuig heeft bij een trekkende hond een praktisch voordeel. Bij een halsband komt de kracht van een ruk op de nek terecht, terwijl een tuig die kracht over het lichaam verdeelt. Het LICG noemt dat als reden om bij het fietsen een tuig te gebruiken in plaats van een halsband. Controleer wel de pasvorm: de banden horen niet in de oksels te snijden.
Voordat je begint
Je hond kan pas iets leren als hij eerst kwijt kan wat eruit moet. Het LICG schrijft dat een hond dagelijks meerdere keren naar buiten hoort te gaan, dat hij minstens een keer per dag los moet kunnen rennen, en dat snuffelen belangrijk is omdat geuren voor hem een bron van informatie zijn. Diezelfde pagina noemt ook geestelijke uitdaging en genoeg slaap, en waarschuwt dat stresshormonen zich opbouwen als een hond te weinig rust tussen spannende momenten. Een hond die uit zijn vel springt, is geen leerling. Zorg dus eerst voor beweging, snuffeltijd en rust.
Wat je niet doet, is rukken aan de lijn. De Dierenbescherming schrijft in haar handleiding over de hoofdhalster dat een hond nooit met een ruk aan de lijn gecorrigeerd mag worden, omdat dat de nekwervels kan beschadigen. Een prikband of stroomband is ook geen optie. Volgens de Dierenbescherming is de prikhalsband in Nederland verboden sinds 1 juli 2018, en geldt het verbod op apparatuur die stroomstoten aan een hond kan afgeven sinds 1 januari 2022.
Wees ook eerlijk over het tempo. In diezelfde handleiding staat dat een eerste trainingssessie kort is, vijf tot tien minuten, dat je de duur daarna langzaam opbouwt, en dat je in een nieuwe omgeving weer terugvalt op vijf tot tien minuten. Hoe lang het in totaal duurt, hangt af van je hond en van hoe vaak je oefent. Bij een hond die jaren heeft geleerd dat trekken werkt, duurt het langer dan bij een pup.
Het stappenplan
Stap 1: Beloon de juiste positie in huis of tuin
Begin binnen of in de tuin, zonder lijn of met een losse lijn. Loop een paar stappen en geef je hond een beloning op de plek waar je hem wilt hebben: naast je been, ter hoogte van je knie. Doe dat een aantal keer achter elkaar, steeds op dezelfde plek. Je leert hem hiermee niet “niet trekken”, maar waar het lekker is om te lopen. Begin je meteen buiten, dan moet hij twee dingen tegelijk doen: een nieuwe positie leren en de omgeving negeren.
Stap 2: Sta stil zodra de lijn spant
Doe de lijn om en loop rustig weg. Trekt je hond de lijn strak, dan sta je stil. Het LICG beschrijft die methode zo: sta stil zodra je hond de lijn strak trekt, zeg niks en wacht rustig af, en loop pas verder zodra hij er zelf voor zorgt dat de lijn weer los hangt. Vooruit komen gebeurt zo alleen bij een slappe lijn. Reken erop dat je de eerste keren vooral stilstaat. Dat is geen mislukking, dat is de oefening.
Stap 3: Verander van richting als hij toch doorzet
Blijft je hond bij het stilstaan hangen en vooruit duwen, draai dan rustig om en loop de andere kant op. Zeg er niets bij en trek niet aan de lijn: je verandert van richting en je hond komt achter je aan. Doe dit zonder haast. Het gaat er niet om dat je hond schrikt, maar dat hij merkt dat vooruit hangen hem niet verder brengt. Loopt hij weer naast je, beloon dan meteen.
Stap 4: Koppel een woord of geluid aan terugkomen naast je
Als je hond een paar keer op eigen initiatief naast je komt lopen, geef je dat moment een naam. Zeg een kort woord of maak een kort geluid op het moment dat hij naast je is, en beloon direct daarna. Herhaal dat tientallen keren over meerdere sessies. Daarna kun je het woord ook gebruiken zodra de lijn een beetje spant, als uitnodiging in plaats van een correctie. Gebruik één woord en spreek dat af met iedereen in huis, anders krijgt je hond drie signalen voor hetzelfde.
Stap 5: Oefen op een rustige plek voordat je de drukte opzoekt
Verplaats de oefening naar buiten, maar kies een stille straat of een tijdstip waarop er weinig gebeurt. Het LICG geeft dat advies ook voor loslooptraining: zoek een tijdstip uit waarop het niet zo druk is. Wat je hond in de gang begreep, kan hij op een drukke stoep kwijt zijn. Ga in een nieuwe omgeving terug naar korte sessies en beloon vaker dan je binnen nodig had.
Stap 6: Bouw op naar echte wandelingen met snuffelpauzes
Voeg de oefening daarna toe aan gewone wandelingen, en niet als vervanging ervan. Wissel af: een stukje netjes naast je lopen, dan een vrij moment waarin je hond mag snuffelen en zelf de richting kiest. Maak dat verschil duidelijk met een eigen woord voor het vrije deel. Een hond die nooit mag snuffelen, gaat harder trekken, niet minder.
Als het niet lukt
Je hond trekt vooral naar andere honden. Dan is trekken niet het probleem maar het gevolg. Vergroot de afstand, zodat je hond de andere hond wel ziet maar er niet naartoe hoeft, en beloon kijken en weer terugkomen bij jou. Gaat je hond blaffen, gillen of in de lijn hangen zodra er een hond in zicht komt, dan is dat een eigen trainingsvraag.
De eerste minuten van de wandeling zijn niet te houden. Veel honden zijn bij de voordeur het meest gespannen. Bouw een vast begin in: doe het tuig om, wacht tot je hond rustig staat, en ga pas naar buiten als de lijn los is. Loop het eerste stuk langzaam en laat hem daar snuffelen.
Je hond reageert niet meer op voer. Voer dat binnen prima werkt, kan buiten waardeloos zijn. Probeer iets waardevollers en oefen op een rustiger plek of tijdstip. Weigert je hond ook daar te eten, dan is hij vaak niet ongeïnteresseerd maar te gespannen om te eten. Ga dan een stap terug in plaats van harder te proberen.
Wanneer je hulp inschakelt. Loopt het na weken van korte sessies niet vooruit, of maakt het uitlaten je onzeker, dan is een gediplomeerd gedragsdeskundige de volgende stap. Let daarbij op de waarschuwing van het LICG: in Nederland bestaat geen erkende titel hondengedragstherapeut, iedereen mag zich zo noemen. Vraag dus bij welk instituut iemand zijn diploma heeft gehaald. Het LICG adviseert daarnaast om de hond eerst door de dierenarts te laten onderzoeken, omdat gedragsproblemen door pijn, ziekte of een andere lichamelijke aandoening kunnen worden veroorzaakt. Loopt of trekt je hond plotseling anders dan je van hem kent, of zie je hem stijf of kreupel lopen, laat dat dan eerst nakijken. Een diagnose stel je zelf niet, maar de dierenarts kan een lichamelijke oorzaak uitsluiten.