Direct naar de inhoud
Gids · begrijpen

Je oudere kat: waar je op let vanaf ongeveer tien jaar

Vanaf tien jaar verandert er veel bij je kat. Welke signalen je thuis ziet, wat je in huis aanpast en hoe vaak de dierenarts kijkt. Lees waar je op let.

Een kat wordt langzaam oud, en juist daardoor mis je het begin makkelijk. Minder springen, wat magerder worden, een vacht die er anders uitziet: het lijkt ouderdom, maar het is vaak een aandoening waar iets aan te doen is. In deze gids lees je wanneer een kat als senior geldt, welke signalen je thuis kunt zien, wat je in huis aanpast en hoe vaak de dierenarts meekijkt.

Wanneer is een kat oud

Er is geen leeftijd waarop het omslaat, en er bestaan verschillende indelingen naast elkaar. Dat is geen detail: het bepaalt vanaf wanneer een dierenarts je kat als senior behandelt.

BronIndeling
LICGKatten ouder dan 10 tot 12 jaar worden meestal senior genoemd, vanaf 15 jaar bejaard
AAHA en AAFP (Amerikaanse dierenartsenorganisaties)Mature adult van 7 tot 10 jaar, senior boven 10 jaar
International Cat CareMature vanaf 7 jaar, senior van 11 tot 14 jaar, super senior vanaf 15 jaar
Dierenkliniek De BiltSenior vanaf 7 tot 8 jaar, geriatrisch vanaf 11 jaar

De grens ligt dus tussen ongeveer zeven en twaalf jaar, afhankelijk van wie je het vraagt. De AAHA en AAFP schrijven er zelf bij dat de indeling een startpunt is en dat katten onderling flink verschillen in hoe ze ouder worden. Praktisch betekent dat: rond de zeven jaar begin je op te letten, en vanaf ongeveer tien jaar hoort je kat bij de groep waar de dierenarts standaard naar bloed en urine wil kijken.

Wat er verandert in het lichaam

Bij een oudere kat gaan meerdere systemen tegelijk langzamer werken. Het LICG noemt onder andere een verminderd reuk- en smaakvermogen, slechter zien en horen, gewrichtsslijtage, gebitsproblemen, haarballen en braken, verstopping, vacht- en huidproblemen, en dementie. Daar komt een rij aandoeningen bij die bij oudere katten veel voorkomen:

  • Chronische nierziekte. De nieren gaan minder goed filteren. De kat drinkt en plast daardoor vaak meer.
  • Overactieve schildklier (hyperthyreoïdie). De schildklier maakt te veel hormoon aan. De Graafschap Dierenartsen noemt als kenmerkend beeld een kat die vermagert terwijl hij goed of zelfs veel eet.
  • Artrose. Gewrichtsslijtage. Je ziet het niet als kreupelheid maar als minder springen en stijf lopen.
  • Gebitsproblemen. Tandvleesontsteking en afwijkingen aan de tanden komen bij oudere katten veel voor, aldus het LICG.
  • Suikerziekte (diabetes). Ook hier horen meer drinken en meer plassen bij het beeld.
  • Te hoge bloeddruk (hypertensie). Meestal merk je hier thuis niets van, en dat is precies waarom de dierenarts hem meet.

Belangrijk om te weten: een groot deel van deze aandoeningen is behandelbaar of goed te remmen als je er vroeg bij bent. Voor nierziekte, een overactieve schildklier, artrose, gebitsproblemen en diabetes bestaan behandelingen, en hoe eerder de diagnose, hoe meer er te sturen valt. Dat is de reden dat de leeftijd zelf nooit de verklaring voor klachten is.

Wat je thuis in de gaten houdt

Jij ziet je kat elke dag, de dierenarts twee keer per jaar. De meeste eerste signalen komen dus van jou. Let vooral op deze dingen:

  • Meer drinken en meer plassen. Het LICG noemt dit uitdrukkelijk iets om te laten onderzoeken. De Graafschap Dierenartsen koppelt het aan nierfalen, schildklierproblemen en suikerziekte. Een kat die de waterbak leegdrinkt of grotere klonten in de bak achterlaat, is geen kat met dorstig ouderdomsgedrag.
  • Gewichtsverlies. Weeg je kat regelmatig en schrijf het op. Een kat die langzaam magerder wordt terwijl hij goed eet, past bij een overactieve schildklier. Een kat die minder eet en afvalt, kan van alles hebben.
  • Minder springen. Komt hij niet meer op het aanrecht of de vensterbank, of gaat dat zichtbaar moeizamer? Het LICG noemt dat als signaal, International Cat Care noemt stijfheid, hinken en moeite met springen.
  • Slechter poetsen. Een vacht die klit of vet wordt, vooral over de achterhand, is volgens International Cat Care een mogelijk teken van chronische pijn. Ook pijn in de mond kan de reden zijn.
  • Veranderd gedrag of harder miauwen. International Cat Care noemt zich verstoppen, agressie en veel vocaliseren. Ook lusteloosheid hoort erbij. Nachtelijk roepen kan bij dementie horen, maar ook bij een overactieve schildklier of hoge bloeddruk.
  • Plassen buiten de bak. International Cat Care noemt ongelukjes en moeite met plassen of ontlasten bij oudere katten. Soms komt de kat de bak fysiek niet meer in, soms is er een blaas- of nierprobleem, en soms staat de bak simpelweg te ver weg.
  • Slechte adem. De Graafschap Dierenartsen noemt stank uit de bek als aanwijzing voor gebitsproblemen.

Vuistregel: één van deze punten dat aanhoudt, is een reden om te bellen. Meer drinken of afvallen wacht je niet uit tot de volgende controle.

Aanpassingen in huis

Veel ongemak van een oudere kat los je niet op met medicijnen maar met de indeling van je huis. Deze aanpassingen komen bij het LICG en International Cat Care terug:

  • Een kattenbak met een lage instap, zodat je kat er met stijve gewrichten en spieren makkelijk op kan.
  • Meer bakken, verspreid over het huis. De Graafschap Dierenartsen noemt extra kattenbakken juist om het klimmen en lopen te beperken. Woont je kat op meerdere verdiepingen, zet dan op elke verdieping een bak.
  • Opstapjes naar de vaste plekken. Het LICG raadt aan opstapjes te plaatsen bij de plekken waar je kat graag ligt. International Cat Care noemt daarnaast matten of lopers op gladde vloeren.
  • Warme, tochtvrije slaapplekken, meerdere, verspreid door het huis.
  • Voer, water, bak en slaapplaats binnen bereik. Zet ze niet achter een trap of een kattenluik. Houdt je kat zich op één verdieping op, breng dan alles naar die verdieping.
  • De kattenbak niet naast voer en water. International Cat Care raadt aan de bak op afstand van de voer- en waterbak te zetten.

Voeding en gewicht bij een oudere kat

Bij oudere katten zijn twee tegengestelde problemen mogelijk, en ze vragen om verschillende aanpak. Overgewicht belast de gewrichten en is een risicofactor bij diabetes. De Graafschap Dierenartsen beschrijft overgewicht praktisch: de ribben zijn niet of moeilijk te voelen en de taille verdwijnt. Afvallen doe je bij een kat niet zelf op gevoel, want te snel afvallen is schadelijk. Doe dat via een plan met je dierenarts.

Omgekeerd is gewichtsverlies bij een oudere kat vaker het probleem. Het LICG adviseert de senior kat bij voorkeur blikvoeding met veel vocht te geven, en let daarbij op voldoende eiwit van goede kwaliteit. Dat het vochtgehalte een rol speelt, is logisch bij een kat die minder efficiënt drinkt en gevoelig is voor uitdroging: International Cat Care noemt dat oudere katten een groter risico op uitdroging hebben.

Merk je dat je kat minder eet, houd dan in gedachten dat het LICG een verminderd reuk- en smaakvermogen bij oudere katten noemt. Voer iets opwarmen kan dan helpen. Blijft de eetlust weg, of valt je kat af, dan is dat geen kwestie van een ander voer proberen maar een reden voor onderzoek.

Het gebit

Gebitsproblemen zijn bij oudere katten zo gewoon dat ze bij elke controle horen. Het LICG noemt tandvleesontsteking en afwijkingen aan de tanden veelvoorkomend bij oudere katten. De Dierenbescherming adviseert het gebit jaarlijks door de dierenarts te laten bekijken, waarbij die kijkt naar tandsteen, ontsteking en slijtage, en noemt tandenpoetsen als effectieve maatregel die je een volwassen kat wel moeilijk nog leert.

Wat je thuis kunt doen is beperkt maar niet niets: kijk af en toe in de bek, ruik aan de adem, en let op een kat die zijn kop scheef houdt bij het eten, brokken laat vallen of alleen nog zacht voer wil. Een kat met pijn in de mond poetst zichzelf ook slechter, en dan zie je het eerst in de vacht.

De dierenarts: hoe vaak, en wat wordt er gecontroleerd

Hier verschillen de bronnen, en dat is het waard om te weten. Het LICG adviseert minimaal een tot twee keer per jaar een seniorencheck. De Graafschap Dierenartsen houdt jaarlijkse controles aan. Dierenkliniek De Bilt adviseert bij senior katten elke zes maanden in plaats van jaarlijks. Een keer per jaar is dus de ondergrens die je overal terugvindt, en twee keer per jaar is wat meerdere partijen bij een senior kat beter vinden. Loopt er al iets, dan bepaalt je dierenarts een eigen schema.

Wat er bij zo’n controle gebeurt, beschrijft Dierenkliniek De Bilt concreet:

  • Gewicht en de conditie van de vacht
  • Onderzoek van hart en buik
  • Bloedonderzoek naar nierfunctie, leverfunctie, bloedsuiker en schildklierhormonen
  • Urineonderzoek, voor de nieren en voor vroege tekenen van diabetes
  • Op indicatie een bloeddrukmeting en röntgenfoto’s

Bloed- en urineonderzoek maken een seniorencheck duurder dan een gewone jaarcontrole met een vaccinatie. Vraag bij het maken van de afspraak wat het pakket bij jouw praktijk omvat en kost, want dat verschilt per praktijk. Neem je eigen aantekeningen mee: het gewicht van de afgelopen maanden, hoeveel je kat drinkt, en wanneer je het gedrag zag veranderen. Dat levert vaak meer op dan wat een kat in de spreekkamer laat zien.

Bronnen

  1. LICG, "Verzorging van uw oudere kat" (opent in een nieuw tabblad)
  2. Dierenkliniek De Bilt, "Hoe vaak moet een oude kat naar de dierenarts?" (opent in een nieuw tabblad)
  3. De Graafschap Dierenartsen, "Misschien oud, maar niet versleten" (opent in een nieuw tabblad)
  4. American Animal Hospital Association, "Feline Life Stage Definitions" (opent in een nieuw tabblad)
  5. International Cat Care, "Special considerations for senior cats" (opent in een nieuw tabblad)
  6. Dierenbescherming, "Een goede start voor een kat of kitten" (opent in een nieuw tabblad)

Veelgestelde vragen

Mijn kat is vijftien en drinkt meer. Hoort dat bij zijn leeftijd?

Nee. Meer drinken is bij een oudere kat een signaal, niet een ouderdomsverschijnsel. Het LICG noemt het uitdrukkelijk iets om te laten onderzoeken, en het hoort bij het beeld van nierziekte, een overactieve schildklier en suikerziekte. Maak een afspraak in plaats van het aan de leeftijd toe te schrijven.

Hoe weet ik of mijn kat pijn heeft?

Katten laten pijn zelden zien op een manier die je verwacht. Kijk naar wat er weg is: minder springen, minder poetsen, niet meer op de vaste plek liggen, zich verstoppen, harder of vaker miauwen. International Cat Care noemt minder poetsen en klitten over de achterhand als mogelijk teken van chronische pijn. Geef nooit zelf een pijnstiller voor mensen, want die zijn voor katten gevaarlijk.

Moet ik overstappen op seniorvoer?

Dat is geen automatisme. Het LICG adviseert bij een senior kat vooral blikvoeding met veel vocht en voldoende eiwit van goede kwaliteit. Of een specifiek seniorvoer daarbij past, hangt af van je kat en van eventuele aandoeningen zoals nierziekte, waarbij een dierenarts een aangepast dieet kan voorschrijven. Bespreek het bij de seniorencontrole.

Mijn kat plast naast de bak. Is dat gedrag of gezondheid?

Ga bij een oudere kat eerst uit van gezondheid of ongemak, niet van onwil. International Cat Care noemt ongelukjes en moeite met plassen of ontlasten bij oudere katten. Probeer een bak met een lage instap en zet er een tweede bij, dichter bij de plek waar je kat ligt. Verandert het niet, of zie je je kat persen of vaak kleine plasjes maken, bel dan dezelfde dag je dierenarts.

Hoe oud is mijn kat in mensenjaren?

International Cat Care rekent de eerste twee jaar als vierentwintig mensenjaren en elk jaar daarna als vier, waardoor een kat van zestien ongeveer tachtig is. Diezelfde organisatie noemt katten vanaf vijftien jaar super senior. Dat er katten van zestien en ouder zijn, betekent dus dat je op tien jaar niet aan het eind bent maar aan het begin van de fase waarin controles nut hebben.

Moet ik mijn oudere kat vaker borstelen?

Vaak wel. Een kat die stijf wordt of pijn heeft, komt minder goed bij zijn achterhand en rug. Het LICG raadt aan voorzichtig te borstelen of te kammen, omdat oudere katten vaak minder vet op hun botten hebben en je ze daardoor sneller pijn doet. Zie je vacht die vervilt tot een plaat tegen de huid, laat dat dan bij de dierenarts of trimmer weghalen.

Vanaf ongeveer tien jaar verschuift je rol van eigenaar naar iemand die meekijkt: wegen, opletten hoeveel er gedronken wordt, en veranderingen opschrijven. Zorg voor een lage bak, opstapjes en een warme plek, en plan minimaal één en bij voorkeur twee controles per jaar. En als je kat meer drinkt of afvalt, is dat geen ouderdom maar een reden om te bellen.

Secret Link