Direct naar de inhoud
Gids · kiezen

Een pup kiezen: waar je op let bij een fokker of nest

Een pup kiezen bij een fokker of nest: de regels, de papieren, de gezondheidstests en de rode vlaggen. Lees waar je op let voor je een pup reserveert.

Een pup kopen gaat vaak snel: je ziet een foto, je belt, en een week later sta je bij een adres waar je niets van weet. Juist daar gaat het mis, want de plek waar een pup zijn eerste weken doorbrengt bepaalt veel van zijn gedrag en gezondheid. Deze gids zet op een rij welke regels gelden, wat een fokker je hoort te laten zien, welke onderzoeken bij welke rassen horen, en waaraan je malafide handel herkent.

Welk type hond past bij je

Begin niet bij het ras, maar bij je eigen week. Hoeveel uur is er iemand thuis, hoeveel beweging kun je elke dag geven, wat mag het per maand kosten, en hoe rustig moet het in huis blijven. Een hond die drie uur beweging en werk per dag nodig heeft, wordt in een volle agenda een probleemhond, ook als hij van een goede fokker komt. Zet daarna een paar keuzes naast elkaar:

  • Pup of oudere hond. Een pup vormt zich in jouw huis, maar kost de eerste maanden veel tijd en slaap. Bij een oudere hond weet je beter wat je in huis haalt.
  • Ras of kruising. Een ras geeft een voorspelbaarder formaat, vachttype en werkbehoefte, maar ook een bekende lijst rasgebonden aandoeningen. Dat is precies waarom je bij een raspup naar gezondheidstests vraagt.
  • Vacht en formaat. Een hond die elke zes tot acht weken naar de trimmer moet, is een vaste kostenpost. En kun je de volwassen hond fysiek houden als hij ergens van schrikt.

Zoek per ras op wat de rasvereniging en het LICG over gedrag en gezondheid schrijven, en lees de nadelen.

Waar zoek je: fokker, asiel of buitenland

Het LICG onderscheidt drie soorten fokkers. Een gelegenheidsfokker heeft één nest, vaak onbedoeld; kennis over gezondheidstests ontbreekt er soms. Een hobbyfokker heeft een of enkele teven en meerdere nesten per jaar. Een commerciële fokker fokt twintig pups of meer per jaar, en daar zit het hele spectrum in: van bedrijven met goede huisvesting tot broodfokkers die op socialisatie, entingen en gezondheidsonderzoek bezuinigen.

Een asiel of rasspecifieke opvang is een reële optie. De mensen daar kennen de hond en kunnen je vertellen wat hij wel en niet kan. Nadeel: in een asiel zijn de mogelijkheden om een pup breed te socialiseren beperkt.

Bij een hond uit het buitenland komt er een punt bij. Het LICG wijst erop dat pups uit het buitenland minimaal vijftien weken oud moeten zijn vanwege de eisen rond rabiësvaccinatie. De belangrijkste socialisatieperiode ligt dan al achter de hond, en die weken haal je niet in. Zo’n hond heeft dus meer tijd nodig om aan Nederlandse geluiden, verkeer en drukte te wennen. Bij invoer gelden bovendien eisen rond chip, rabiësvaccinatie, gezondheidscertificaat en dierenpaspoort. Laat je dierenarts de papieren nakijken voordat je betaalt.

De regels en de papieren

Nederland heeft harde regels rond het fokken en verkopen van pups. Loopt een verkoper daar niet in mee, dan is dat een reden om weg te lopen.

  • Chippen binnen zeven weken. De Rijksoverheid schrijft dat honden binnen zeven weken na de geboorte gechipt en geregistreerd moeten zijn, door een dierenarts of een geregistreerde chipper.
  • Registratie op naam. Na de koop meld jij je online als nieuwe eigenaar en meldt de vorige eigenaar de hond af. Controleer dus of de pup op naam van de fokker staat.
  • Europees dierenpaspoort. Elke hond heeft er een nodig, met daarin de entingen en ontwormingen. Koop je een hond zonder chip, registratie en paspoort, dan ben je volgens de Rijksoverheid zelf strafbaar.
  • Minimaal zeven weken bij de moeder. De NVWA houdt aan dat pups minstens zeven weken oud moeten zijn voordat ze bij de moeder weg mogen. Veel fokkers houden acht weken of langer aan.
  • Eén nest per twaalf maanden. Volgens de NVWA mag een teef niet vaker dan één nest per twaalf maanden krijgen.
  • Invoer registreren. Een geïmporteerde hond moet binnen twee weken na aankomst in Nederland geregistreerd worden.

Vraag bij de overdracht om het paspoort met chipnummer en entingen, het bewijs dat de pup op naam van de fokker staat, de uitslagen van de gezondheidsonderzoeken van beide ouderdieren, en een schriftelijk koopcontract. Het LICG zet dat contract op de puppy-checklist: daarin staan de rechten, garanties en verplichtingen van beide partijen.

Het bezoek aan het nest

Ga minimaal twee keer langs voordat je iets afspreekt, adviseert de Dierenbescherming. Je hoort de pup ook niet dezelfde dag mee te kunnen nemen: chippen, registreren en enten kosten tijd, en een verkoper die je meteen laat rijden heeft die stappen niet gezet.

Loop bij het bezoek deze punten af, gebaseerd op de puppy-checklist van het LICG:

  • Is de moederhond aanwezig en rustig bij haar pups. Het LICG is kort: koop geen pup als de moederhond er niet is.
  • Groeien de pups in huis op, tussen de geluiden van een huishouden, en niet apart in een schuur of kennel.
  • Is het schoon en droog, zonder urinelucht, met een ligplek en een plek om te ontlasten.
  • Hoeveel nesten zijn er tegelijk. Bij meerdere nesten komt socialisatie per pup in de knel.
  • Ogen helder, oren en neus schoon, vacht in orde, geen diarree, geen hoesten.
  • Komen de pups nieuwsgierig naar je toe en laten ze zich oppakken.
  • Zijn de pups gechipt en geregistreerd, en staat het chipnummer in het paspoort.
  • Staan de entingen en ontwormingen in het paspoort, met datum en stickers.
  • Zijn de uitslagen van de gezondheidsonderzoeken van vader en moeder er, op papier.
  • Stelt de fokker jou ook vragen, over je huis, je werk en je ervaring. Wie niets wil weten, selecteert niet.
  • Word je niet onder druk gezet met een aanbetaling, een andere kandidaat of een deadline.

Maak foto’s van het paspoort en het chipnummer, en vraag of een dierenarts mee kan kijken. Een verkoper die dat weigert, heeft daar een reden voor.

Gezondheid en rasgebonden onderzoeken

Welke onderzoeken nodig zijn, hangt af van het ras. De NVWA verbiedt fokken met dieren die ernstige erfelijke aandoeningen hebben, en noemt onder andere erfelijke epilepsie, hypofysaire dwerggroei, hartaandoeningen, heupdysplasie, elleboogdysplasie en afwijkingen aan de wervelkolom. Ook fokken met schadelijke uiterlijke kenmerken mag niet: extreem verkorte snuiten, disproportioneel korte benen, extreem lange ruggen, ooglidafwijkingen zoals entropion en overmatige huidplooien.

Wat je in de praktijk vraagt:

  • Heup- en elleboogonderzoek (HD en ED) bij middelgrote en grote rassen, via röntgenfoto’s met een officiële beoordeling. Vraag de uitslag van beide ouders, niet alleen van de vader.
  • Ogenonderzoek bij rassen met bekende oogaandoeningen, door een dierenarts die daarin gespecialiseerd is. Ooglidafwijkingen zie je zelf, erfelijke netvliesaandoeningen niet.
  • Hartonderzoek en DNA-tests voor de aandoeningen die in het ras bekend zijn.
  • Beoordeling van de luchtwegen bij kortsnuitige rassen. De NVWA werkt met zes criteria die een dierenarts beoordeelt, waaronder een normaal ademgeluid in rust, open neusgaten, en een verhouding tussen de lengte van de neus en de lengte van de schedel van minimaal 0,5. Onder 0,3 mag er niet met de hond gefokt worden. Ook honden die een operatie hebben gehad om de neusgaten te vergroten of het zachte gehemelte te verkorten, mogen niet meer voor de fok worden gebruikt.

Vraag bij een kortsnuitig ras dus of een dierenarts de ouderdieren op die criteria heeft beoordeeld, en vraag dat op papier. Hoor je een pup piepen of snurken bij gewone activiteit, laat dan een dierenarts kijken voordat je iets beslist. Dat geldt ook bij hoesten of pups die achterblijven in groei.

Rode vlaggen

De Dierenbescherming heeft hier een checklist voor. De punten die er het meest uit springen:

  • Een advertentie zonder duidelijke foto’s van het nest en de ouderdieren.
  • Dezelfde advertentietekst die je elders terugvindt. Plak hem in een zoekmachine en kijk waar hij nog staat.
  • Meerdere rassen of nesten tegelijk, of een online puppywinkel met een rassenmenu.
  • Verkoop via sociale media. Dat is in strijd met de regels, aldus het LICG, en het maakt controle onmogelijk.
  • Een tussenpersoon of een neutraal ophaaladres: een parkeerplaats, of een adres waar de moederhond niet blijkt te zijn.
  • Druk om snel te betalen, contant of via een betaalverzoek. Betaal via je bankrekening, dan heb je bewijs en gegevens.
  • Een pup die je meteen mee kunt nemen, of een pup die jonger dan zeven weken blijkt.
  • Een pup die niet op naam van de fokker of handelaar gechipt en geregistreerd staat.

Zoek naam, telefoonnummer en e-mailadres van de verkoper op en neem eerst schriftelijk contact op. De Dierenbescherming schrijft dat er jaarlijks tienduizenden pups via illegale netwerken worden verhandeld.

Toch een pup kopen bij een malafide handelaar is een lastige afweging, want die pup zit er al. Het effect is wel dat de handelaar de vraag bevestigd ziet en de volgende teef laat dekken. Meld het adres dan bij de NVWA en zoek verder.

De kosten

Het LICG rekent voor 2025 met deze bedragen. De eenmalige kosten zijn inclusief de eerste spullen: mand, halsband, lijn, voerbakken, chipregistratie en een cursus.

HerkomstEenmalig totaal
Raspup met stamboomongeveer 2.025 euro
Pup zonder stamboom, online gekochtongeveer 1.605 euro
Volwassen hond uit het asielongeveer 945 euro
Zwerfhond uit het buitenlandongeveer 945 euro

De terugkerende kosten zet het LICG voor alle soorten honden op ongeveer 710 euro per jaar. Niet meegerekend: trimmen, een dierenverzekering, vakantieopvang, onverwachte dierenartskosten, en castratie of sterilisatie. Voor een sterilisatie van een teef houdt het LICG 410 tot 580 euro aan. Hondenbelasting verschilt per gemeente en loopt volgens het LICG van ongeveer 15 tot 140 euro per jaar. Een gewone consultatie kost gemiddeld zeker 50 euro; een bezoek in de avond of het weekend zit tussen 150 en 200 euro, met onderzoek en medicijnen daarbovenop.

Een lage vraagprijs is dus geen voordeel. Een pup van 600 euro zonder tests, papieren en socialisatie kan je in het eerste jaar meer kosten dan een pup van 1.500 euro, alleen dan aan de dierenarts en aan gedragsbegeleiding.

Bronnen

  1. LICG, "Waar koop ik mijn pup?" (opent in een nieuw tabblad)
  2. LICG, "De puppy-checklist" (opent in een nieuw tabblad)
  3. Rijksoverheid, "Moet ik mijn hond laten chippen en registreren?" (opent in een nieuw tabblad)
  4. NVWA, "Fokken met honden en katten" (opent in een nieuw tabblad)
  5. Dierenbescherming, "Checklist foute puppyhandel" (opent in een nieuw tabblad)
  6. LICG, "Wat kost een huisdier?" (opent in een nieuw tabblad)

Veelgestelde vragen

Hoe oud moet een pup zijn als ik hem meeneem?

Minimaal zeven weken, zo houdt de NVWA het aan. Veel fokkers laten pups acht weken of langer bij het nest, wat voor de ontwikkeling meestal beter is. Komt de pup uit het buitenland, dan is vijftien weken de ondergrens vanwege de rabiësvaccinatie.

Is een stamboom een garantie voor een gezonde hond?

Nee. Een stamboom is een afstammingsbewijs; hij zegt wie de ouders zijn, niet dat die getest zijn. Wat je nodig hebt zijn de uitslagen van de gezondheidsonderzoeken van beide ouderdieren, op papier. Laat je niet afschepen met de mededeling dat de lijn gezond is.

Mag ik een Franse bulldog of pug in Nederland nog kopen?

Fokken met honden met een extreem verkorte snuit is verboden en de NVWA handhaaft daarop, met criteria die een dierenarts beoordeelt. Voor het kopen of houden van deze honden gold op het moment van schrijven geen verbod. Er zijn wel plannen geweest voor een houdverbod en voor een verbod op het tonen van deze honden in reclame; die status verandert, dus kijk op rijksoverheid.nl. Wil je zo’n ras, vraag dan om de dierenartsbeoordeling van de ouderdieren.

Wat als de pup na aankoop ziek blijkt?

Ga eerst naar je dierenarts en laat vastleggen wat er is en wanneer. Neem daarna contact op met de verkoper, met het koopcontract erbij; een pup die niet aan de overeenkomst voldoet, valt onder het consumentenrecht. Bewaar alle communicatie en betaalbewijzen, en meld een vermoedelijk malafide handelaar bij de NVWA.

Kan ik ook een pup uit het asiel halen?

Soms wel, maar pups zijn er beperkt beschikbaar. Het asiel kent de hond en kan je vertellen wat hij aankan. Bij een oudere hond weet je meer over gedrag en gezondheid dan bij een pup, en dat is voor veel mensen een voordeel in plaats van een compromis.

Neem de tijd, ga twee keer kijken, en beslis pas als je het paspoort, het chipnummer en de onderzoeksuitslagen van de ouders hebt gezien. Twijfel je over de gezondheid van een pup, laat er dan een dierenarts naar kijken voordat je betaalt. Een goed nest en een fokker die vragen stelt, sparen je later meer dan de aanschafprijs.

Secret Link