Veel katten drinken weinig, en dat valt vaak pas op als er een blaasprobleem is. In deze gids lees je hoeveel vocht een kat per dag ongeveer nodig heeft, waar dat vocht vandaan komt en wat je kunt doen om de opname te verhogen. Ook lees je bij welke signalen je de dierenarts belt, en welk signaal geen dag kan wachten.
Hoeveel vocht heeft een kat per dag nodig
Er is geen getal dat voor elke kat klopt. Bronnen verschillen ook onderling, dus het gaat om een richting, niet om een norm.
De dierenartsenketen AniCura houdt 40 tot 60 ml per kilo lichaamsgewicht per dag aan als normale opname. Voor een kat van 4 kilo komt dat neer op 160 tot 240 ml per dag. Het Cornell Feline Health Center komt in dezelfde buurt uit: ongeveer een cup water per dag voor een kat van tien pond, dus ruwweg 240 ml voor een kat van rond de 4,5 kilo.
Over de bovengrens zijn de bronnen preciezer dan over het gemiddelde. AniCura noemt meer dan 80 ml per kilo per dag mogelijk te veel, en meer dan 100 ml per kilo per dag te veel. Dat laatste getal is het bruikbaarst voor jou als eigenaar: zit je kat daarboven, dan is dat een reden om te bellen, ongeacht wat het gemiddelde is.
Let op één ding dat vaak verkeerd gaat: al deze getallen gaan over de totale vochtopname, dus inclusief wat er in het voer zit. Ze gaan niet over wat er uit de waterbak verdwijnt.
| Gewicht van de kat | Richtwaarde totale vochtopname per dag | Boven deze grens bellen |
| 3 kg | 120 tot 180 ml | 300 ml |
| 4 kg | 160 tot 240 ml | 400 ml |
| 5 kg | 200 tot 300 ml | 500 ml |
| 6 kg | 240 tot 360 ml | 600 ml |
De rechterkolom is de grens van 100 ml per kilo uit de AniCura-pagina, omgerekend naar gewicht. Zie het als een signaalwaarde, niet als een diagnose.
Waar dat vocht vandaan komt
Een kat haalt vocht uit drie hoeken: het voer, de waterbak en wat ze ernaast nog vindt. De verhouding daartussen hangt vrijwel volledig af van wat er in de voerbak zit.
Natvoer kan tot ongeveer 80 procent uit water bestaan, aldus het Cornell Feline Health Center. Een kat die 250 gram natvoer per dag eet, krijgt daarmee al zo’n 200 ml vocht binnen zonder een druppel te drinken. Brokken bevatten veel minder vocht; het exacte percentage staat op de zak onder de analytische bestanddelen. Cornell noemt het gevolg ook: katten die natvoer eten drinken vaak minder, en katten op brokken halen hun vocht juist vooral uit de waterbak.
Dat betekent niet dat brokken een probleem zijn. Het betekent dat bij een kat op brokken de waterbak het grootste deel van het werk doet, en dat je daar dus op moet letten. Bij een kat op natvoer die weinig drinkt, hoeft er niets aan de hand te zijn.
| Vochtbron | Wat die ongeveer bijdraagt |
| Natvoer | Tot ongeveer 80 procent water van het gewicht van de portie |
| Brokken | Weinig; kijk voor het percentage op de zak |
| Water bij het voer geroerd | Alles wat je erbij doet en wat opgaat |
| Waterbak | De rest, en bij een kat op brokken het meeste |
Waarom het uitmaakt
De reden dat vochtopname bij katten zo vaak terugkomt, ligt bij de blaas en de nieren. Het Universitair Dierenziekenhuis in Utrecht noemt bij de bijzondere vorm van blaasontsteking die katten kunnen krijgen, feline idiopathische cystitis, meerdere factoren die een rol kunnen spelen: stress, overgewicht, weinig drinken en te droog voer. Bij de behandeling kan een dieet met meer vocht, dus blikvoer, uitkomst bieden.
International Cat Care legt de reden uit: natvoer helpt om verdunder urine te maken, en dat kan meehelpen bij urinewegproblemen zoals cystitis en blaasstenen. Verdunde urine betekent minder geconcentreerde kristallen en meestal ook vaker plassen, waardoor de blaas zich vaker leegt.
Belangrijk om erbij te zeggen: dit is een verband dat in de veterinaire voorlichting stevig staat, maar het is geen garantie in beide richtingen. Een kat die goed drinkt kan alsnog een blaasontsteking krijgen, en een kat die weinig drinkt hoeft er nooit een te krijgen. Bij katten met een bekende nier- of blaasaandoening is het advies van de behandelend dierenarts leidend, en niet een vuistregel uit een artikel.
Hoe je meet hoeveel je kat binnenkrijgt
Zonder meten blijft het gevoel, en gevoel is hier onbetrouwbaar. Twee dagen meten geeft je al een cijfer waar een dierenarts iets aan heeft.
Zo pak je het aan. Vul de waterbak met een maatbeker en schrijf op hoeveel ml erin gaat. Meet na 24 uur met dezelfde maatbeker wat er nog in zit. Het verschil is de opname. Heb je meerdere bakken, tel ze dan allemaal mee. Reken het vocht uit het natvoer erbij: gram natvoer maal ongeveer 0,8.
Twee dingen vertekenen de uitkomst. Verdamping loopt in een warme kamer op tot tientallen milliliters per dag; zet daarom een gelijke bak met water op een plek waar de kat niet komt en trek dat verlies af. En bij meerdere katten meet je de huishouding, niet één kat. Wil je één kat weten, dan moet je haar tijdelijk apart voeren en laten drinken, en dat is voor veel huizen niet haalbaar. Meld dat dan gewoon aan de dierenarts.
De kattenbak is je tweede meetinstrument, en een makkelijkere. Bij klonterende vulling zie je hoeveel plasklonten er per dag bij komen en hoe groot ze zijn. Een kat die opeens twee keer zoveel of veel grotere klonten maakt, plast meer, en plast meer betekent bijna altijd dat er meer in gaat.
Wat werkt om de opname te verhogen
De ingreep met het grootste effect zit niet bij de waterbak maar bij de voerbak. Daarna komen de kleine dingen, en die helpen vooral omdat katten kieskeurig zijn over waar ze drinken.
- Geef natvoer, of een deel natvoer. Eén portie natvoer per dag naast de brokken verandert de vochtbalans meer dan welke drinkbak ook. Verander voer stapje voor stapje over een week of langer, zodat de darmen mee kunnen.
- Roer water door het voer. Bij natvoer kun je een paar eetlepels extra water of lauwe kraanwater door de portie mengen. Bij brokken werkt het bij sommige katten wel en bij andere niet, omdat de brok zacht wordt en dat niet elke kat waardeert.
- Zet meerdere bakken neer. International Cat Care adviseert verschillende waterbakken op verschillende plekken, zodat je kat er nooit ver voor hoeft te lopen.
- Houd water weg van het voer en van de kattenbak. Katten drinken niet graag naast hun eten, schrijft International Cat Care. Het LICG adviseert de kattenbak eveneens niet naast voer- of drinkbakjes te zetten. Zet water dus in een andere hoek of een andere kamer.
- Kies de bak op materiaal en vorm. Volgens International Cat Care geven katten de voorkeur aan glazen en keramieken bakken boven plastic. Een brede, niet te diepe bak voorkomt dat de snorharen tegen de rand komen.
- Verschoon het water elke dag. Vers water is de kleinste ingreep op deze lijst en de enige die niets kost.
Over stromend water is voorzichtigheid op zijn plaats, want hier spreken bronnen elkaar tegen. International Cat Care schrijft dat veel katten graag uit stromend water drinken, en noemt fonteinen en een druppelende kraan als optie. Maar in een studie van Robbins en collega’s in de Journal of Feline Medicine and Surgery uit 2019, waarin katten water kregen uit een stilstaande, een vrij vallende en een circulerende bak, maakte het baktype nauwelijks verschil voor de hoeveelheid die de katten dronken. De onderzoekers adviseren daarom eerder naar het voer te kijken dan naar het type bak.
De praktische conclusie: een fontein kan bij jouw kat werken, maar reken er niet op als vaste oplossing en gebruik hem niet als vervanging van natvoer. Wil je de opties naast elkaar zien, dan komt daarover een aparte vergelijking over drinkbakken en fonteinen op Dierenkompas.
Koemelk is geen goede manier om vocht binnen te krijgen. Veel katten verdragen lactose slecht en krijgen er dunne ontlasting van.
De signalen waarbij je de dierenarts belt
Bij drinken zijn er twee soorten alarm: één dat vandaag of morgen kan, en één dat niet kan wachten.
Bel dezelfde dag of de volgende dag als je kat duidelijk meer drinkt en meer plast dan ze deed, zeker als ze boven de 100 ml per kilo per dag uitkomt. AniCura noemt onder andere chronisch nierfalen, diabetes en een te snel werkende schildklier als mogelijke oorzaken, maar welke het is bepaalt de dierenarts met bloed- en urineonderzoek. Neem je meting mee. Bel ook als je kat opeens veel minder drinkt en daarbij niet eet, braakt of sloom is, of als er bloed in de urine zit.
Bel meteen, ook buiten kantooruren, als je kat perst en niet of bijna niet plast. Ze zit dan telkens in de bak, drukt, en er komt niets of een paar druppels. Het Universitair Dierenziekenhuis schrijft dat een urinewegobstructie altijd een spoedgeval is: de blaas raakt overvol en kan scheuren of verlamd raken. Katers hebben een nauwere urinebuis en lopen daardoor meer risico. Wacht hier niet af tot morgen en probeer het niet met meer water te verhelpen.

