Alleen thuis blijven is voor een hond niet vanzelfsprekend, maar wel iets wat hij kan leren. Het gaat mis als je te grote stappen neemt: een hond die één keer in paniek raakt, onthoudt vooral dat weggaan eng is. Dit stappenplan bouwt op van een paar seconden achter een deur naar tientallen minuten, en laat zien welke signalen wijzen op verlatingsangst.
Wat heb je nodig
- Een vaste rustplek, bijvoorbeeld een mand of kussen op een plek waar je hond overzicht heeft
- Iets waar hij veilig op kan kauwen of dat hij kan uitzoeken, zoals een gevulde kauwrol of een snuffelmat
- Kleine beloningen die hij graag wil
- Een camera, babyfoon of gewoon je telefoon die opneemt, zodat je kunt terugkijken wat er gebeurt
- Een deur binnen in huis, plus je gewone jas, schoenen en sleutels
- Tijd: reken op weken, niet op dagen. Een paar korte oefeningen per dag werkt beter dan één lange sessie. Bij een hond die nu al stress heeft, duurt het maanden.
Voordat je begint
Begin kleiner dan je denkt nodig te hebben. Het LICG schrijft dat je de tijd eerst met stapjes van een paar seconden verlengt, en de stappen pas groter maakt als je zonder problemen een minuut weg kunt blijven, bijvoorbeeld met stappen van tien tot twintig seconden. Kom altijd terug voordat je hond onrustig wordt. Zo leert hij dat jij terugkomt voordat het spannend wordt, en dat is het hele punt van de oefening.
Ga nooit door als je hond in paniek is. Blijf je dan toch weg, dan oefent hij paniek in plaats van rust. Kom terug, doe rustig, en zet de volgende oefening een paar stappen terug.
Straf werkt hier tegen je. Het LICG is daar duidelijk over: straf je hond nooit voor blaffen, plassen of slopen tijdens je afwezigheid, omdat dat gedrag uit spanning, angst of paniek ontstaat. Dierenkliniek Kenaupark schrijft hetzelfde over thuiskomen bij een ravage: je hond legt het verband met eerder gedrag niet meer.
Kijk ook naar de rest van de dag. Een hond die genoeg beweging, snuffelwerk en rust krijgt, houdt alleen zijn makkelijker vol. Heeft je hond nu al zichtbaar stress als je weggaat, lees dan eerst het laatste deel van dit artikel.
Alleen zijn opbouwen in zes stappen
Stap 1: Leer je hond op zijn plek liggen terwijl je thuis bent
Stuur je hond naar zijn mand, geef hem iets te kauwen en ga zelf in de kamer zitten. Loop daarna even naar de keuken of de gang en kom terug. Het LICG noemt dit de eerste fase: zelfstandig zijn terwijl jij nog in huis bent. Een hond die je overal volgt, is nog niet klaar voor stap twee. Bouw dit een paar dagen op tot hij blijft liggen als je door het huis loopt.
Stap 2: Ga een paar seconden achter een dichte deur staan
Laat je hond op zijn plek, loop de kamer uit en doe de deur achter je dicht. Kom na twee of drie seconden terug, voordat hij opstaat of gaat piepen. Zeg niets bijzonders bij weggaan en bij terugkomen. Herhaal dit een aantal keer per sessie, met pauzes. Zit je hond direct te janken, dan was de deur te lang dicht: maak het korter.
Stap 3: Bouw op naar een minuut en daarna met grotere stappen
Verleng de tijd achter de deur met een paar seconden per keer. Lukt een minuut zonder onrust, dan mag je volgens het LICG grotere stappen nemen, bijvoorbeeld tien tot twintig seconden. Wissel lange en korte afwezigheden af, zodat je hond niet kan voorspellen dat het steeds langer wordt. Gaat het twee keer mis, ga dan terug naar de laatste tijd die wel lukte.
Stap 4: Voeg je vaste afwezigheidsroutine toe
Trek je jas aan, pak je sleutels en je tas, en doe dan de deur dicht. Die vertreksignalen zijn voor veel honden het echte alarm. Het LICG adviseert om de tijd die je wegblijft weer korter te maken zodra je deze extra signalen toevoegt. Neem rustig en kort afscheid, en begroet ook bij thuiskomst kort en gewoon. Houd de routine steeds gelijk: dezelfde volgorde, dezelfde woorden, dezelfde plek.
Stap 5: Stap echt naar buiten en geef je hond iets te doen
Doe eerst alleen de voordeur open en weer dicht, zoals het LICG voorstelt, en stap daarna heel even naar buiten. Leg voordat je gaat iets neer waar je hond veilig op kan kauwen of waar hij zijn voer uit moet halen, zodat je afwezigheid met iets goeds begint. Bouw van een paar seconden op naar vijf en dan tien minuten.
Stap 6: Rek uit naar tientallen minuten en film wat er gebeurt
Verleng in stappen naar een kwartier, een half uur en langer. Zet nu een camera of je telefoon aan en kijk terug. Het LICG adviseert opnameapparatuur juist hiervoor, omdat je stresssignalen anders mist: onrust, hijgen, bek aflikken, gapen, ijsberen of janken dat pas na tien minuten begint. Een hond die niets heeft gesloopt, kan een half uur gespannen hebben gelegen. Ziet de opname rustig uit, dan ga je verder; zie je stress, dan oefen je langer op de vorige tijd.
Hoe lang je uiteindelijk weg kunt, hangt van je hond af. Het LICG houdt als vuistregel aan dat je een volwassen hond niet langer dan vier uur alleen laat, met maximaal zes uur als uitzondering en niet elke dag. Voor pups is vier uur volgens het LICG veel te lang. De Dierenbescherming legt daar geen vast getal naast, maar schrijft dat sommige honden prima een paar uur alleen kunnen zijn terwijl andere na een paar minuten al doodongelukkig zijn. Ze wijzen ook op Zweden, waar honden die binnen worden gehouden overdag minstens elke zes uur naar buiten moeten. Een wettelijke maximumtijd voor Nederland heb ik niet gevonden.
Als het niet lukt
Je hond heeft al stress bij het jaspakken. Dan zit het probleem niet in de deur maar in de aanloop. Pak je jas een paar keer per uur zonder weg te gaan: aantrekken, gaan zitten, weer uittrekken. Doe hetzelfde met je sleutels en je schoenen. Als je hond daar niet meer op reageert, begin je pas weer bij stap twee.
Je hond begint na twee minuten. Bouw dan af naar negentig seconden en oefen daar een week op, in plaats van door te duwen naar drie minuten. Kijk op de opname wanneer het precies begint en wat eraan voorafgaat. Zit de grens keer op keer op hetzelfde punt en kom je niet verder, dan is dat het moment om hulp te vragen.
De buren klagen over blaffen of janken. Neem dat serieus, want het is ook informatie: je hond kan het nu niet aan. Zorg tijdelijk dat hij niet alleen hoeft te zijn terwijl je aan de opbouw werkt, met een uitlaatservice, hondendagopvang, iemand in de buurt of door hem mee te nemen.
Je hebt een pup. Een pup kan dit nog niet en moet het in kleine stukjes leren. Het LICG noemt vier uur voor een pup veel te lang. Oefen in seconden en minuten, zorg dat er iemand thuis is in de periode dat je het opbouwt, en verwacht ongelukjes.
Je hond raakt echt in paniek. Aanhoudend blaffen of janken, sloopgedrag bij de deur, plassen of poepen terwijl je hond zindelijk is, overmatig kwijlen, niet eten en pogingen om te ontsnappen: dat rijtje wijst op verlatingsangst. Dat is een gedragsprobleem en geen kwestie van beter oefenen. Het LICG adviseert dan eerst naar de dierenarts te gaan om lichamelijke oorzaken uit te sluiten, en daarna een gediplomeerde hondengedragstherapeut of een veterinair gedragsspecialist in te schakelen. Voor de Gedragskliniek voor Dieren van het Universitair Dierenziekenhuis in Utrecht heb je voor honden een verwijzing van je eigen dierenarts nodig, die eerst onderzoekt of er een medische oorzaak meespeelt. Blijf in de tussentijd niet doorzetten.