Zodra de vakantie geboekt is, komt de vraag: wat doen we met de hond of de kat? Meenemen klinkt gezellig, maar het is niet voor elk dier een pretje, en voor het buitenland komen er papieren en termijnen bij kijken. Deze gids zet de vier opties naast elkaar, noemt de eisen en de risico’s, en geeft een checklist.
Wil je dier eigenlijk wel mee?
Begin bij het dier, niet bij de bestemming. Het LICG schrijft dat sommige dieren erg aan huis gehecht zijn en dat je die geen plezier doet met een uitstapje naar het buitenland. Dat geldt voor veel katten: een kat bindt zich aan zijn territorium en verhuist zichzelf liever niet. Een hond die gewend is aan autoritten en nieuwe plekken, gaat meestal graag mee.
Warmte is de tweede afweging. Het LICG noemt dat fretten al boven de 30 graden kunnen sterven en dat konijnen en cavia’s vanaf ongeveer 24 graden in de problemen komen. Voor een zuidelijke bestemming in de zomer zijn kleine huisdieren dus zelden een goed idee, en ook een hond met een korte snuit of overgewicht heeft het daar zwaar.
Weeg ook de vakantie zelf mee. Een huisje in de Ardennen met wandelingen is iets anders dan een stedentrip met twaalf uur rijden en een hotelkamer waarin je dier alleen achterblijft. Kan je dier niet mee naar wat je gaat doen, dan is thuisblijven vriendelijker.
De vier opties naast elkaar
| Optie | Werkt goed bij | Nadelen |
| Mee op vakantie | Honden die gewend zijn aan reizen, bestemmingen waar je dier echt mee kan | Papieren en termijnen, hitte onderweg, ziekten in het zuiden, minder vrijheid in je programma |
| Dierenpension | Honden die met soortgenoten omgaan, langere vakanties, geen oppas beschikbaar | Vroeg volgeboekt, extra entingen nodig, wennen aan een vreemde omgeving |
| Oppas aan huis | Katten, oudere dieren, dieren met medicijnen | Iemand vinden die het aandurft en die je huis vertrouwt |
| Iemand die langskomt | Zelfstandige katten, korte vakanties | Weinig gezelschap, problemen worden later opgemerkt |
Een dierenpension is de gebruikelijke keuze voor honden. Het LICG waarschuwt dat pensions vaak al maanden vooraf volgeboekt zijn, zeker in de vakantieperiodes. Boek dus zodra je vakantie vaststaat.
Een oppas aan huis is voor katten meestal het rustigst: het dier blijft in zijn eigen omgeving en het voer en de plekken blijven hetzelfde. Het LICG noemt naast oppas in je eigen huis ook laten logeren bij familie of vrienden.
Iemand die langskomt kan bij een zelfstandige kat en een korte vakantie genoeg zijn. Reken op minimaal één bezoek per dag: voer, water, de bak en het dier zelf moeten elke dag gezien worden. Wie alleen bijvult, ziet niet dat een kat al twee dagen niet eet.
Meegaan naar het buitenland: de papieren en de termijnen
Voor een reis met hond of kat binnen de Europese Unie noemt de NVWA vier dingen: een EU-dierenpaspoort, een chip, een geldige rabiësvaccinatie en een check of het land van bestemming extra eisen stelt.
De concrete termijnen staan in de EU-regels zoals de Europese Unie ze zelf publiceert:
- Chip. Je dier moet gechipt zijn volgens de technische eisen. Het LICG wijst erop dat de chip erin moet zitten voordat de rabiësvaccinatie wordt gegeven, anders geldt de vaccinatie niet.
- Europees dierenpaspoort. Dat krijg je bij een dierenarts die daarvoor bevoegd is. Vraag het op tijd aan.
- Rabiësvaccinatie. Je dier moet minstens 12 weken oud zijn bij de eerste vaccinatie, en daarna moet je minstens 21 dagen wachten voordat je gaat reizen. Een pup of kitten kan dus niet eerder dan rond de 15 weken mee de grens over. Voor een herhaalvaccinatie geldt die wachttijd niet, zolang de vorige enting nog geldig was.
- Lintwormbehandeling. Voor Finland, Ierland, Malta, Noorwegen en Noord-Ierland moet een hond volgens de EU-regels tussen 24 en 120 uur, dus 1 tot 5 dagen, voor aankomst behandeld zijn tegen de vossenlintworm Echinococcus multilocularis. Die behandeling wordt in het paspoort afgetekend.
- Aantal en gezelschap. Voor privéreizen geldt een maximum van vijf gezelschapsdieren per persoon, en het dier moet in principe door de eigenaar zelf worden meegenomen. Reist iemand anders met je dier, dan is een machtiging nodig.
De eisen verschillen per land, en dat check je zelf. Het LICG noemt naast wormbehandelingen ook rasverboden, bijvoorbeeld in Frankrijk en Cyprus, en schrijft dat regels snel kunnen veranderen. Kijk daarom kort voor vertrek na wat er op dat moment geldt: bij de NVWA voor EU-landen, bij de ambassade voor bestemmingen buiten de EU.
Terugkeer. Voor de weg terug gelden dezelfde eisen: geldig paspoort, chip en geldige rabiësvaccinatie. Let op de vervaldatum. De Rijksoverheid wijst erop dat je niet met het Europees dierenpaspoort kunt reizen als de rabiësvaccinatie verloopt terwijl je buiten de EU bent; dan heb je een EU-gezondheidscertificaat nodig. Plan de reis dus zo dat de enting de hele vakantie geldig blijft, ook op de laatste dag.
Waar je op let bij een pension of oppas
Een pension stelt zelf ook eisen. Het LICG schrijft dat je verplicht bent je dier bijtijds te laten inenten, en noemt voor honden parvo, hondenziekte en hepatitis en voor katten kattenziekte en niesziekte. Veel pensions vragen bij honden daarnaast een vaccinatie tegen kennelhoest, een luchtweginfectie die zich tussen veel honden snel verspreidt. Vraag bij het boeken meteen welke entingen het pension wil en hoe lang die van tevoren gezet moeten zijn.
Ga langs voordat je boekt en let op wat het LICG als aandachtspunten noemt: de hygiëne, de verblijfsruimten, de mogelijkheid om te bewegen, of ze medicijnen kunnen geven, en of ze eisen stellen aan chip, castratie of ras. Vraag ook hoe vaak de honden eruit gaan en wat er gebeurt als je dier ziek wordt. Voor een dier dat nog nooit in een pension heeft gezeten, is een proefnacht een goede investering.
Bij een oppas gaat het minder om de faciliteiten en meer om de afspraken. Zet op papier wat je dier krijgt en wanneer, welke medicijnen er zijn, welke dierenarts je gebruikt en dat de oppas daar in jouw naam mag komen, plus een bedrag waarvoor hij zonder overleg mag handelen.
Het vervoer zelf
Gaat je dier mee, dan is de rit het onderdeel met het grootste risico. Het LICG schrijft dat een dier los in de auto meenemen gevaarlijk is en adviseert een reiskennel, een vervoersbak of een degelijk autotuigje. In landen als Duitsland is veilig vervoer verplicht, en ook in Nederland kan onveilig vervoer onder de Wegenverkeerswet vallen. Zet een kennel dwars op de rijrichting tegen de achterbank, en zet een dier nooit vast aan zijn halsband.
Voor een kat is een reismand het middel om de reis draaglijk te maken. Het LICG schrijft dat een kat zich in de reiskooi veiliger voelt en dat het ongelukken voorkomt. Laat de mand de weken vooraf open in de kamer staan, zodat hij niet alleen bij de dierenarts verschijnt.
Over hitte is het LICG onomwonden: in een stilstaande auto kan de temperatuur binnen een paar minuten oplopen tot boven de 50 graden, ook in de schaduw. Laat je dier daar dus nooit alleen achter, ook niet even voor de supermarkt en niet met de ramen op een kier. Rijd lange stukken in de vroege ochtend of de avond, stop volgens het LICG ongeveer elke twee uur om je dier uit te laten, en neem vers water mee. In een deel van de vakantielanden is kraanwater niet geschikt voor je dier.
Wordt je hond wagenziek, bespreek dat dan vooraf met de dierenarts.
Ziekten in het zuiden en de rol van de dierenarts
Reizen naar Zuid-Europa brengt ziekten in beeld die we in Nederland weinig zien. Het LICG noemt hartwormziekte, leishmaniose en teekziekten zoals babesiose en lyme, en schrijft dat die in grote delen van Europa en daarbuiten kunnen worden opgelopen.
- Leishmaniose wordt overgebracht door zandvliegen, kleine stekende mugjes. Het LICG noemt als klachten huidveranderingen, vermageren, wisselende kreupelheid en ontstekingen aan bijvoorbeeld de ogen, en als preventie een halsband of middel tegen muggen en zandvliegen, stilstaand water vermijden en het dier ’s avonds en ’s nachts binnenhouden.
- Hartwormziekte wordt door muggen overgebracht. Het LICG noemt hoesten, soms met bloed, vermageren en verlies van uithoudingsvermogen, en beschrijft preventie met speciale ontwormingsmiddelen voor, tijdens en na de vakantie.
- Teekziekten vragen om een goede tekenband of spray en dagelijks controleren, aldus het LICG. Bij babesiose noemt het bloedarmoede, geelzucht en roodbruine urine, bij ehrlichiose koorts, bloedingen en chronische ontstekingen.
Wanneer komt de dierenarts erbij? Ruim voor vertrek, voor het paspoort, de rabiësvaccinatie en de preventie tegen zuidelijke ziekten. Daarnaast voor een gezondheidscheck bij een lange reis, een oud dier of een dier met een aandoening of medicatie. En als je dier na de vakantie klachten krijgt: het LICG adviseert dan te vermelden dat je in het buitenland bent geweest, ook als dat al enige tijd geleden is, omdat klachten tot jaren na het bezoek kunnen opduiken.
Checklist: wat je meeneemt of achterlaat
Neem mee als je dier meegaat:
- Het Europees dierenpaspoort en een foto van het chipnummer op je telefoon
- Het gebruikelijke voer voor de hele reis, plus voer- en waterbak en vers water
- Reiskennel, vervoersbak of autotuigje, en voor een kat de reismand
- Halsband met naamplaatje, lijn en een tweede lijn
- Vertrouwde spullen: mand, deken, speeltje
- Medicijnen in de originele verpakking, plus preventie tegen teken, muggen en wormen
- Poepzakjes, handdoek, tekenpincet en een kleine EHBO-set
- Het nummer van je eigen dierenarts en het adres van een dierenarts op de bestemming
Laat achter als je dier thuisblijft of naar het pension gaat:
- Paspoort of entingsboekje en het chipnummer
- Het gebruikelijke voer, met een schema van hoeveelheid en tijden
- Medicijnen met een schriftelijke instructie
- Naam, adres en nummer van je dierenarts, en toestemming om daar te komen
- Je eigen nummer en dat van een tweede contactpersoon in Nederland
- Een afspraak over onvoorziene kosten

