Je aait je hond na een wandeling en voelt een bultje dat er gisteren nog niet zat. Grote kans dat er een teek in de huid zit. Hoe sneller je hem eraf haalt, hoe kleiner de kans dat hij een ziekteverwekker doorgeeft. Hieronder lees je wat je nodig hebt, hoe je de teek weghaalt en waar je in de weken erna op let.
Wat heb je nodig
- Een tekenpincet, tekenhaak of tekenlasso. Het RIVM noemt voor mensen een puntig pincet of een tekenverwijderaar. Het LICG adviseert voor dieren een speciale tekenpincet, tekenlasso of ander hulpmiddel dat daarvoor is ontworpen.
- Goed licht, en bij een onrustig dier een tweede persoon die hem rustig houdt.
- Desinfectiemiddel voor na het verwijderen.
- Iets om de datum en de plek in op te schrijven. Een notitie in je telefoon is genoeg.
- Eventueel een klein potje met deksel, als je de teek wil bewaren.
Tijd die het kost: het verwijderen zelf duurt een halve minuut tot een paar minuten. Reken met zoeken en het dier tot rust laten komen op vijf tot tien minuten. Bij een dier dat dit niet gewend is, lukt het zelden in één keer vlekkeloos.
Voordat je begint
Drie dingen die je niet doet, en één ding dat haast heeft.
Doe niets op de teek voordat je hem weghaalt. Geen alcohol, geen jodium, geen olie, geen zeep, geen nagellak en zeker geen aansteker. Het RIVM schrijft dat je de plek niet vooraf moet desinfecteren met alcohol of jodium, omdat de teek dan bacteriën in de beet kan brengen. Het LICG noemt het verdoven van een teek met alcohol of olie volstrekt onnodig. Desinfecteren doe je pas nadat de teek eruit is.
Knijp niet in het lijf van de teek. Zowel het RIVM als het LICG waarschuwt daarvoor. Door druk op het achterlijf kan de teek zijn maaginhoud terug in de wond persen, en juist daarin zitten de ziekteverwekkers.
Haal hem er vandaag uit, niet morgen. Over de precieze ondergrens verschillen de bronnen. Het LICG schrijft dat de kans op overdracht vrij klein is bij verwijderen binnen 24 uur, maar noemt ook gevallen van overdracht binnen 18 uur. Medisch Centrum voor Dieren houdt 16 tot 24 uur aan, en de Nederlandse richtlijn voor lymeziekte gaat uit van overdracht na ongeveer een dag aanhechting. Dat zijn geen veilige marges waarin je nog even kunt wachten, en ze gaan vooral over lyme. Voor babesiose, ehrlichiose en anaplasmose ligt de tijdlijn minder vast.
De vijf stappen
Stap 1: Zoek de teek en maak hem vrij
Houd de haren met twee vingers uiteen tot je de teek en de huid eronder goed ziet. Een teek die net vastzit is klein en donker en lijkt op een vuiltje; een teek die al een dag zit, is bolrond en grijsbruin. Ga daarna met je vingers over de rest van het lichaam, want zit er één, dan zitten er vaak meer. Let extra op de kop, de oren, de hals, de oksels, de liezen en tussen de tenen.
Stap 2: Pak de teek zo dicht mogelijk op de huid
Zet het pincet of de tekenhaak vlak tegen de huid en pak de teek bij de kop, niet bij het achterlijf. Dit is de stap waar het meestal misgaat: pak je te hoog, dan knijp je in het lijf en pers je de inhoud naar binnen. Zie je niet goed waar de huid ophoudt, verzet dan eerst je licht of je hand in plaats van op de gok te trekken.
Stap 3: Trek recht en gelijkmatig los
Trek de teek in één rustige, gelijkmatige beweging recht uit de huid. Het LICG schrijft het zo: recht omhoog uittrekken, zonder te draaien. Ruk niet en trek niet met korte schokjes, want dan scheurt de teek eerder. De huid trekt even mee en laat dan los. Werk je met een tekenhaak of tekenlasso, houd je dan aan de gebruiksaanwijzing: sommige haakjes zijn juist gemaakt om de teek met een draaiende beweging los te wippen. Dan is het instrument in je hand leidend.
Stap 4: Controleer de plek en desinfecteer
Bekijk de teek in het pincet en bekijk de huid. Zie je bij de teek een klein donker kopstuk, dan zit hij er in zijn geheel uit. Desinfecteer daarna de beetplek. Een klein rood plekje of bultje op de beet is de eerste dagen gewoon. Wil je de teek bewaren, doe hem dan in het potje. Anders plak je hem in een stukje tape voordat je hem weggooit, zodat hij niet in huis verder loopt.
Stap 5: Schrijf de datum en de plek op
Noteer de datum en waar op het lichaam de teek zat. Doe dat echt, want twee weken later weet je het niet meer, en juist die twee gegevens heeft de dierenarts nodig als je dier klachten krijgt. Onthoud de plek aan een vast punt: rechts naast de halsband, links onder het oor. Voel de plek de eerste weken af en toe na en let op het gedrag van je dier.
Als het niet lukt
Je dier zit niet stil. Stop en probeer het later opnieuw, met een tweede persoon erbij. Laat de een aaien, praten en zo nodig een stukje voer geven, terwijl de ander werkt. Bij katten werkt het vaak om te wachten tot ze uit zichzelf languit liggen. Forceer niet: een teek die er over drie uur uit gaat is beter dan een teek die je halverwege afscheurt.
De teek zit op een lastige plek. Op het ooglid, in de oorschelp, tussen de tenen of bij de anus is er weinig ruimte en veel gevoel, en is de kans dat je in de huid knijpt groter dan elders. Op en rond het oog probeer je het beter niet zelf. Bel de praktijk, leg uit waar de teek zit en vraag of je langs kunt komen.
Er blijft een stukje in de huid zitten. Ga niet met een naald of met je nagels in de huid graven. Het RIVM schrijft dat een achtergebleven stukje teek bij mensen ongevaarlijk is en er net als een splinter zelf uitkomt. Medisch Centrum voor Dieren beschrijft voor hond en kat hetzelfde: er ontstaat vaak een bultje dat vanzelf geneest. Desinfecteer de plek en houd hem in de gaten.
De plek zet op of gaat ontsteken. Wordt het bultje in de dagen erna groter, warm, rood of pijnlijk, komt er pus uit, of gaat je dier eraan likken en krabben, bel dan de dierenarts. Dat geldt ook voor een bultje dat na een week of twee niet kleiner wordt.
Je dier wordt in de weken erna ziek. Bel de dierenarts als je dier slap of sloom wordt, koorts krijgt, kreupel gaat lopen, stijf wordt, niet wil eten, afvalt of donkere tot roodbruine urine plast. Het LICG noemt bij door teken overgedragen ziekten onder andere koorts, sloomheid, kreupelheid en bloedarmoede, en het Universitair Dierenziekenhuis in Utrecht beschrijft bij babesiose sloomheid, hoge koorts, een snelle hartslag, bloedarmoede en bloed in de urine. Zeg bij het bellen dat je een teek hebt verwijderd, op welke datum, en of je dier in het buitenland is geweest. Stel zelf geen diagnose en geef geen medicijnen die voor een ander dier of voor mensen bedoeld zijn.
Teken kunnen ook op jou overlopen
Een teek die je van je hond haalt, kan ook op jou terechtkomen. Het RIVM adviseert huisdieren die buiten komen daarom elke dag te controleren, juist omdat teken van dieren op mensen kunnen overlopen. Loop na een wandeling in het groen dus ook jezelf na. Voor wat je bij een tekenbeet bij jezelf doet en wanneer je de huisarts belt, kijk je bij het RIVM of bij je huisarts.