De eerste zeven dagen met een kitten bepalen vooral één ding: of je kitten zich veilig gaat voelen in jouw huis. Dat vraagt minder van je dan mensen denken, en vooral andere dingen. Dit is een afvinkbare checklist voor die eerste week: wat je klaarzet, wat je per dag doet en wanneer je de dierenarts belt.
Wat je in huis hebt voordat de kitten komt
Zet alles klaar voordat je de deur uitgaat. Opbouwen met een schrikkerige kitten in huis werkt tegen je.
- Transportbox met een handdoek erin, stevig en met een deur die sluit. Een kartonnen doos is niet veilig. [bol.com: Kattenreismand]
- Kattenbak met een lage instap, zodat een kitten van tien weken er zelf in kan. Reken op een bak per kat plus één extra.
- Kattenbakvulling zonder parfum, dezelfde soort als bij de fokker. Een laag van drie tot vier centimeter is genoeg.
- Twee voerbakjes en een waterbak, ondiep. Zet water niet naast het voer, veel katten drinken dan minder.
- Het voer dat je kitten nu al eet, voor minstens een week. Vraag er bij de ophaal om.
- Slaapplek in een rustige hoek, plus een doos op zijn kant als schuilplek. Kittens slapen zestien tot twintig uur.
- Krabgelegenheid: een paal of plank die niet omvalt als een kitten eraan hangt. [bol.com: krabpaal met sisal van 60 cm]
- Speelgoed dat jij vasthoudt, zoals een hengel met veren. Laat losse touwtjes niet rondslingeren.
- Zachte borstel, nagelschaartje en een weegschaal om het gewicht te volgen.
- Papieren: paspoort of entingsboekje, chipnummer en het nummer van een dierenarts.
Regel deze week ook de chipregistratie op jouw naam, een vaste dierenartspraktijk en het adres van de spoedpraktijk.
Het huis kittenveilig maken
Een kitten past door gaten waar je niet aan denkt en stopt alles in zijn mond. Loop deze lijst per kamer af, op je knieën.
- Snoeren en kabels: bundelen of wegwerken in een goot. Kauwen op een snoer onder spanning kan dodelijk zijn.
- Kantelramen: nooit in de kiepstand open als je kitten los is. Een kitten dat in de spleet klimt, glijdt naar beneden en raakt bekneld. Er bestaan beschermers voor.
- Wasmachine, droger, vaatwasser en oven: deur dicht, en kijk in de trommel voordat je aanzet. Kittens kruipen in warme, donkere ruimtes.
- Wc-deksel dicht laten. Een kitten dat in het water valt, komt er zelf niet uit.
- Giftige planten: lelies zijn het gevaarlijkst, ook de daglelie. Alle delen zijn giftig voor katten en zelfs stuifmeel op de vacht kan de nieren beschadigen. Zet ze het huis uit, ook als boeket. Pas ook op met dieffenbachia, monstera, azalea, oleander en bloembollen.
- Kleine losse voorwerpen: haarelastiekjes, oordopjes, naald met draad, punaises, lego en trekkoordjes van rolgordijnen. Draad is extra gevaarlijk, want een kat kan door de haakjes op zijn tong niet meer loslaten.
- Medicijnen en schoonmaakmiddelen: achter een deur die dicht kan. Paracetamol en ibuprofen zijn zeer giftig voor katten.
- Kaarsen, waterkoker en fornuis: nooit onbeheerd aan.
- Balkon en schuine ramen: kittens vallen wel en landen niet altijd goed. Zet een net of houd het balkon dicht.
- Gaten en kieren achter kastjes en onder het bad afsluiten.
De ophaaldag en dag 1 in de startkamer
Kies een dag waarop je de dagen erna ook thuis bent.
Vraag bij het ophalen naar de laatste ontworming, de vaccinaties, het voer, hoe vaak hij eet en welke bakvulling gebruikt wordt. Neem als het mag een doekje uit het nest mee met de bekende geur. Zet de kitten in de transportbox en klik de gordel om de box. Rij rustig en zet de radio uit. Haal hem er onderweg niet uit, ook niet als hij overgeeft of plast.
Thuis begin je in één kamer, de startkamer. Een slaapkamer werkt goed, een drukke woonkamer minder. Daar staan de kattenbak, water, voer, de slaapplek en een schuilplek, met de bak ver van het eten. Zo verloopt dag 1:
- Zet de box op de grond, open de deur en ga op de vloer zitten. Laat de kitten er zelf uit komen, ook als dat een half uur duurt.
- Wijs hem de kattenbak: zet hem er één keer in en laat hem er zelf uit stappen.
- Blijf in de kamer, maar wees stil. Lezen of werken is genoeg gezelschap.
- Laat hem kruipen waar hij wil, ook achter de bank. Haal hem daar niet uit.
- Bied kleine porties voer aan en houd bij of hij eet.
- Slaap de eerste nachten in of naast de startkamer. Huilen in de nacht is normaal.
Dag 2 en 3: eten, de kattenbak en de eerste routine
Deze twee dagen gaan over twee dingen die je wilt zien werken: eten en plassen.
Voeding houd je precies zoals hij het gewend was: zelfde merk, zelfde soort, zelfde aantal maaltijden. Een kitten van acht tot twaalf weken eet vier kleine maaltijden per dag, met de verpakking als richtlijn. Wil je ander voer, doe dat na week één, geleidelijk over vijf tot zeven dagen. Geef geen koemelk: veel katten krijgen er diarree van.
Voor de kattenbak geldt: schep hem één tot twee keer per dag uit en laat hem deze week zonder deksel. Een kitten dat naast de bak plast, straf je niet. Zet een tweede bak bij, kijk of de instap laag genoeg is en maak de plek schoon met een enzymatische reiniger, zodat de geur weg is. Verder in deze twee dagen:
- Vaak spelen: drie tot vijf keer per dag tien minuten.
- Op de grond blijven en de kitten naar jou toe laten komen.
- Bijhouden wat je ziet: eten, plassen, ontlasting, gewicht. Dat helpt als je de dierenarts belt.
- Kort borstelen en de pootjes even vasthouden, zodat nagels knippen later makkelijker gaat.
Dag 4 tot 7: uitbreiden en de eerste kennismakingen
Eet je kitten normaal, gebruikt hij de bak en komt hij zelf naar je toe, dan kun je de kamer uit. Duikt hij nog bij elk geluid weg, geef dan een paar dagen extra.
- Zet de deur open en laat de kitten zelf de gang in wandelen. Draag hem niet naar de woonkamer.
- Breid uit met één kamer per keer, met jou erbij en de andere deuren dicht.
- Laat de kattenbak en de slaapplek tot het einde van week één in de startkamer staan.
- Zet in nieuwe kamers een schuilplek klaar: een doos, een dekentje onder een stoel, een hoge plek.
- Laat huisgenoten kennismaken, één per keer, zittend op de grond met een speeltje. Leer kinderen dat ze de kitten niet optillen.
- Woont er al een kat of hond, houd ze deze week gescheiden. Ruil dekentjes om geuren uit te wisselen en laat ze onder een dichte deur snuffelen.
- Naar buiten gaat een kitten deze week niet.
Wat je in de eerste week beter niet doet, en wanneer je wel belt
Dit kan wachten
- Bezoek uitnodigen. Meer dan een of twee nieuwe mensen per dag is te veel.
- Veel optillen en knuffelen. Een kitten dat zelf op je schoot springt, leert dat contact veilig is. Opgepakt worden tijdens het slapen leert het tegenovergestelde.
- In bad doen of wassen. Zit er iets aan de vacht, poets het met een vochtig doekje af.
- Direct samenbrengen met andere huisdieren. Geur eerst, zicht daarna, samen als laatste.
- Van voer wisselen. Doe dat pas na week één.
- Halsband, tuigje of een lange dag alleen thuis. Bouw dat later op.
Bel dezelfde dag de dierenarts als je dit ziet
Kittens gaan sneller achteruit dan volwassen katten. Wachten tot morgen is hierbij geen optie:
- Niet eten: bij een kitten binnen ongeveer 12 tot 24 uur bellen, zeker als hij ook niet drinkt.
- Diarree die langer dan een dag duurt, of met bloed of slijm erbij. Kittens drogen snel uit.
- Herhaald braken, of braken met sloomheid erbij.
- Benauwd zijn: snelle of moeizame ademhaling, ademen met open mond, of bleek tandvlees. Dit is een spoedgeval.
- Suf of niet reageren: een kitten dat wegkruipt, niet meer speelt en koud aanvoelt.
- Kreupel lopen of niet op een poot willen staan, bijvoorbeeld na een val.
- Andere zorgen: een oog dat dicht zit, veel niezen, hoofdschudden of wormen in de ontlasting.
Bel bij twijfel liever te vroeg dan te laat. Vertel hoe oud de kitten is, wat hij eet, wanneer hij voor het laatst gegeten en geplast heeft en wat je ziet.
Afvinklijst voor het einde van week 1
Aan het einde van dag zeven mag je dit hebben afgevinkt:
- Je kitten eet meerdere maaltijden per dag en drinkt.
- Hij plast en poept in de kattenbak, met normale ontlasting.
- Hij komt zelf naar je toe en speelt tien minuten achter elkaar.
- Hij slaapt ontspannen buiten zijn schuilplek.
- Hij gebruikt de krabpaal.
- Hij kent de startkamer plus één andere ruimte.
- De chip staat op jouw naam geregistreerd.
- Je weet welke enting of ontworming wanneer volgt.
- Het huis is nagelopen op snoeren, kiepramen, planten en losse voorwerpen.
- Je hebt aantekeningen van gewicht, voer en gedrag.

